Dans l'hypothèse où la Commission régionale ne serait plus valablement composée, faute de désignation de ses membres dans le délai prescrit à l'article 9, au moment où elle doit rendre son avis, le délai de soixante jours visé au § 1 prend cours à dater de la désignation de ses membres».
In de veronderstelling dat de Gewestelijke Commissie niet geldig meer zou zijn samengesteld, bij gebrek aan aanstelling van haar leden binnen de in artikel 9 voorgeschreven termijn, op het ogenblik dat zij haar advies moet uitbrengen, vangt de onder § 1 bedoelde termijn van zestig dagen aan vanaf de aanstelling van haar leden».