Het risico op ontwenningsverschijnselen of op rebound verschijnselen verhoogt in geval van plotse stopzetting van de behandeling; de behandeling dient daarom geleidelijk afgebouwd te worden (zie rubriek 4.4 “Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik”).
En cas d’arrêt brutal du traitement, le risque de symptômes de manque ou de rebond augmente. Il faut donc interrompre progressivement l’administration (voir rubrique 4.4 “Mises en garde spéciales et précautions particulières d’emploi”).