Boost Your Productivity!Translate documents (Ms-Word, Ms-Excel, ...) faster and better thanks to artificial intelligence!
https://pro.wordscope.com
https://blog. wordscope .com

Vertaling van "einreichen einer kassationsbeschwerde " (Duits → Nederlands) :

« Art. 1073. Außer in den Fällen, in denen das Gesetz eine kürzere Frist festlegt, beträgt die Frist zum Einreichen einer Kassationsbeschwerde drei Monate ab dem Tag der Zustellung der angefochtenen Entscheidung oder ihrer Notifizierung gemäß Artikel 792 Absätze 2 und 3.

« Art. 1073. Behoudens wanneer de wet een kortere termijn bepaalt, is de termijn om zich in cassatie te voorzien drie maanden, te rekenen van de dag waarop de bestreden beslissing is betekend of van de dag van de kennisgeving ervan overeenkomstig artikel 792, tweede en derde lid.


Es ist lediglich erforderlich, dass diese Modalitäten nicht zu einer diskriminierenden Einschränkung der den Parteien durch das Gesetz gewährten Möglichkeit zum Einreichen einer Kassationsbeschwerde führen.

Er is enkel vereist dat die modaliteiten niet leiden tot een discriminerende beperking van de bij de wet aan de partijen toegekende mogelijkheid om cassatieberoep in te stellen.


Es ist lediglich erforderlich, dass diese Modalitäten nicht zu einer diskriminierenden Einschränkung der den Parteien durch das Gesetz gewährten Möglichkeit zum Einreichen einer Kassationsbeschwerde führen.

Er is enkel vereist dat die modaliteiten niet leiden tot een discriminerende beperking van de bij de wet aan de partijen toegekende mogelijkheid om cassatieberoep in te stellen.


Die klagenden Parteien führen ferner einen Verstoß durch den angefochtenen Artikel 137 gegen die Artikel 10 und 11 der Verfassung, gegebenenfalls in Verbindung mit Artikel 5 der Europäischen Menschenrechtskonvention, an, insofern die Personen, die Gegenstand einer zweiten oder nachfolgenden Entscheidung zur Aufrechterhaltung der Untersuchungshaft seien, nicht unmittelbar Kassationsbeschwerde gegen den Entscheid der Anklagekammer einreichen könnten, während die Personen, di ...[+++]

De verzoekende partijen voeren voorts de schending aan door het bestreden artikel 137 van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 5 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, in zoverre de personen die het voorwerp uitmaken van een tweede of navolgende beslissing tot handhaving van de voorlopige hechtenis geen onmiddellijk cassatieberoep kunnen instellen tegen het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling, terwijl de personen die het voorwerp uitmaken van een beslissing vermeld in artikel 420, tweede lid, van het Wetboek van strafvordering of die het voorwerp uitmaken van een e ...[+++]


Angesichts des grundsätzlichen Unterschieds zwischen den Entscheidungen zur Verkündung der Ehescheidung und den Entscheidungen zur Verweigerung der Ehescheidung konnte der Gesetzgeber für das Einreichen einer Kassationsbeschwerde gegen eine Entscheidung zur Verkündung der Ehescheidung andere Zulässigkeitsbedingungen vorsehen als für das Einreichen einer Kassationsbeschwerde gegen eine Entscheidung zur Verweigerung der Ehescheidung, wobei die letztgenannten Bedingungen auf diejenigen für das Einreichen einer gemeinrechtlichen Kassationsbeschwerde in Zivilsachen abgestimmt sind.

Gelet op het fundamentele verschil tussen de beslissingen waarbij de echtscheiding wordt uitgesproken en de beslissingen waarbij wordt geweigerd de echtscheiding uit te spreken, vermocht de wetgever, voor het instellen van een voorziening in cassatie tegen een beslissing waarbij de echtscheiding is uitgesproken, andere ontvankelijkheidsvoorwaarden vast te stellen dan die voor het instellen van een voorziening in cassatie tegen een beslissing van weigering om de echtscheiding uit te spreken, waarbij die laatstgenoemde voorwaarden afgestemd worden op die voor het instellen van de gemeenrechtelijke voorziening in cassatie in burgerlijke zak ...[+++]


Aus der Begründung der Vorlageentscheidung geht hervor, dass der Gerichtshof gebeten wird, über die Vereinbarkeit von Artikel 2 Absatz 1 des königlichen Erlasses vom 20. Januar 1936 mit den Artikeln 10 und 11 der Verfassung, gegebenenfalls in Verbindung mit den Artikeln 6 und 13 der Europäischen Menschenrechtskonvention, zu befinden, insofern durch die Wörter « und nicht im Besitz der erforderlichen Summe zur Deckung der Kosten der Gerichtsvollzieherurkunde ist » ein Behandlungsunterschied eingeführt werde zwischen zwei Kategorien von in einem Gefängnis inhaftierten Personen, die eine auf eine öffentliche Klage hin ergangene Entscheidung zur Verurteilung anfechten möchten und im Besitz der erforderlichen Summe zur Deckung der Kosten für die Z ...[+++]

Uit de motieven van de verwijzingsbeslissing blijkt dat het Hof wordt verzocht zich uit te spreken over de bestaanbaarheid, met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 6 en 13 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, van artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 20 januari 1936 in zoverre de woorden « en het vereischte bedrag niet in zijn bezit heeft om de kosten van de akte van deurwaarder te dekken » een verschil in behandeling invoeren tussen twee categorieën van gedetineerden in een gevangenis die een op een strafvordering gewezen beslissing tot veroordeling we ...[+++]


Der Unterschied zwischen der Frist zum Einreichen einer Nichtigkeitsklage und der Frist zum Einreichen einer Kassationsbeschwerde beruht somit auf einem objektiven Kriterium und ist angesichts der in B.3.1 in Erinnerung gerufenen Zielsetzung gerechtfertigt.

Het verschil tussen de termijn om een beroep tot nietigverklaring in te stellen en die om een cassatieberoep in te stellen, berust aldus op een objectief criterium en is verantwoord ten aanzien van het doel dat in B.3.1 in herinnering is gebracht.


Der Staatsrat fragt den Hof auch, ob der vorerwähnte Artikel 30 § 1 Absatz 4 der koordinierten Gesetze über den Staatsrat gegen die Artikel 10 und 11 der Verfassung verstosse, insofern er den König ermächtige, eine andere Verjährungsfrist zum Einreichen einer Kassationsbeschwerde beim Staatsrat festzulegen als die in Artikel 14 § 1 derselben Gesetze zum Einreichen einer Nichtigkeitsklage vorgesehene Frist.

De Raad van State vraagt het Hof ook of het voormelde artikel 30, § 1, vierde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt, in zoverre het de Koning ertoe machtigt een verjaringstermijn voor het instellen van een cassatieberoep bij de Raad van State vast te stellen die verschilt van de termijn bepaald in artikel 14, § 1, van dezelfde wetten voor het instellen van een beroep tot nietigverklaring.


w