Boost Your Productivity!Translate documents (Ms-Word, Ms-Excel, ...) faster and better thanks to artificial intelligence!
https://pro.wordscope.com
https://blog. wordscope .com

Traduction de «dass gericht rechtsfehlerhaft angenommen habe » (Allemand → Néerlandais) :

Die Rechtsmittelführerin macht geltend, dass das Gericht rechtsfehlerhaft angenommen habe, dass die in Abs. 5 des Punkts II. 22 der allgemeinen Bedingungen FP7 festgelegte Frist für die Vorlage der Abschlussberichte 11-INFS-025 und 11-BA119-016 verlängert worden sei (Rn. 93 und 95 des angefochtenen Urteils) und dass die Kommission nicht gegen die Finanzhilfevereinbarung verstoßen habe (Rn. 97 des angefochtenen Urteils).

Onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat sprake was van een verlenging van de termijn die is vastgesteld in punt II. 22, lid 5, van de algemene voorwaarden voor de indiening van de eindversie van de auditrapporten 11-INFS-025 en 11-BA119-016 (punten 93 en 95 van het bestreden arrest) en dat de Commissie de overeenkomst tot toekenning van steun niet heeft geschonden (punt 97 van het bestreden arrest).


Erster Rechtsmittelgrund: Das Gericht habe gegen Artikel 24 Absatz 2 VO 4253/88 (1) i.V.m. Artikel 1 VO 2988/95 (2) und den Grundsatz der begrenzten Einzelermächtigung (ex-Artikel 5 EG nunmehr: Artikel 5 Absatz 2 EUV, Artikel 7 AEUV) verstoßen, da es im angefochtenen Urteil rechtsfehlerhaft angenommen habe, dass auch reine Verwaltungsfehler der nationalen Behörden eine „Unregelmäßigkeit“ darstellten, die die Kommission zur Finanzkorrektur nach Artikel 24 Absatz 2 VO 4253/88 berechtige.

Het Gerecht heeft artikel 24, lid 2, van verordening nr. 4253/88 (1), juncto artikel 1 van verordening nr. 2988/95 (2), en het beginsel van bevoegdheidstoedeling (oud artikel 5 EG, thans artikel 5, lid 2, VEU en artikel 7 VWEU) geschonden, doordat het in het bestreden arrest ten onrechte heeft geoordeeld dat ook zuiver administratieve fouten van de nationale autoriteiten een „onregelmatigheid” vormen, die de Commissie machtigt tot een financiële correctie op grond van artikel 24, lid 2, van verordening nr. 4253/88.


Unter diesen Umständen habe das Gericht rechtsfehlerhaft festgestellt, dass Senator Georgias nicht erläutert habe, was er geltend gemacht hätte, wenn er angehört worden wäre.

bijgevolg heeft het Gerecht blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat senator Georgias niet heeft uitgelegd waarop hij zich zou hebben beroepen als hij zou zijn gehoord.


Die klagenden Parteien und die intervenierende Partei bemängeln im Wesentlichen, dass der Dekretgeber die angefochtene Bestimmung angenommen habe, ohne irgendeine vorherige Konzertierung mit der Französischen Gemeinschaft, der Französischen Gemeinschaftskommission und der Gemeinsamen Gemeinschaftskommission, während sie der Auffassung seien, dass die besondere Lage der Kinderbetreuung im zweisprachigen Gebiet Brüssel-Hauptstadt, die durch einen erheblichen Mangel an Plätzen und durch die Vielfalt der für diese Ang ...[+++]

De verzoekende partijen en de tussenkomende partij verwijten de decreetgever in essentie de bestreden bepaling te hebben aangenomen zonder enig voorafgaand overleg met de Franse Gemeenschap, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, terwijl zij van mening zijn dat de bijzondere situatie van de kinderopvang in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, die wordt gekenmerkt door een aanzienlijk tekort aan plaatsen en door het toegenomen aantal overheden die voor die aangelegenheid bevoegd zijn, de verplichting ...[+++]


Moerman, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet und R. Leysen, unter Assistenz des Kanzlers P.-Y. Dutilleux, unter dem Vorsitz des Präsidenten J. Spreutels, erlässt nach Beratung folgenden Entscheid: I. Gegenstand der Vorabentscheidungsfrage und Verfahren In seinem Urteil vom 26. Februar 2015 in Sachen D.O. gegen A.R., dessen Ausfertigung am 9. März 2015 in der Kanzlei des Gerichtshofes eingegangen ist, hat das Gericht erster Instanz Hennegau, Abteilung Tournai, folgende Vorabentscheidungsfrage gestellt: « Verstoßen die Artikel 1 Nr. 3 von Artikel 3 (' Übergangsbestimmungen ') und 47 von Artikel 4 (' Aufhebungs- ...[+++]

Moerman, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet en R. Leysen, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter J. Spreutels, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging Bij vonnis van 26 februari 2015 in zake D.O. tegen A.R., waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 9 maart 2015, heeft de Rechtbank van eerste aanleg Henegouwen, afdeling Doornik, de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schenden de artikelen 1 ...[+++]


Der vorlegende Richter fragt den Gerichtshof, ob das Gesetz vom 22. November 2013 « zur Abänderung des Gesellschaftsgesetzbuches hinsichtlich der Garantien für Gläubiger im Falle einer Reorganisation des Kapitals » (nachstehend: Gesetz vom 22. November 2013) mit den Artikeln 10 und 11 der Verfassung vereinbar sei, insofern dieses Gesetz es ermögliche, dass Gläubiger eine Sicherheit von einer Aktiengesellschaft, die eine reale Kapitalherabsetzung be ...[+++]

De verwijzende rechter vraagt het Hof of de wet van 22 november 2013 « tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen, wat de waarborgen van de schuldeisers bij een kapitaalherschikking betreft » (hierna : de wet van 22 november 2013) bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre zij het mogelijk maakt dat schuldeisers een zekerheid kunnen eisen van een naamloze vennootschap die besloten heeft tot een reële kapitaalvermindering (artikel 613 van het Wetboek van vennootschappen, zoals gewijzigd bij artikel 2 van de wet van 22 november 2013) of van een herstructurerende vennootschap (artikelen 684 en 766 van het Wetboek van vennootschappen, zoals gewijzigd bij de artikelen 3 en 5 van de wet van 22 november 2013), voor ...[+++]


Der Verfassungsgerichtshof, zusammengesetzt aus den Präsidenten A. Alen und J. Spreutels, und den Richtern E. De Groot, L. Lavrysen, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul und T. Giet, unter Assistenz des Kanzlers P.-Y. Dutilleux, unter dem Vorsitz des Präsidenten A. Alen, erlässt nach Beratung folgenden Entscheid: I. Gegenstand der Vorabentscheidungsfrage und Verfahren In seinem Urteil vom 8. Dezember 2014 in Sachen der « Untill » PGmbH gegen den belgischen Staat, dessen Ausfertigung am 23. Dezember 2014 in der Kanzlei des Gerichtshofes eingegangen ist, hat das Gericht erster Instanz Antwerpen, Abteilung Antwerpen, folgende Vorabentscheidungs ...[+++]

Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de rechters E. De Groot, L. Lavrysen, T. MerckxVan Goey, P. Nihoul en T. Giet, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter A. Alen, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging Bij vonnis van 8 december 2014 in zake de bvba « Untill » tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 23 december 2014, heeft de Rechtbank van eerst ...[+++]


Das Gericht bemerkt ferner, dass durch das vorerwähnte Gesetz vom 12. April 2011, das am 1. Januar 2012 in Kraft getreten sei, die Artikel 86/1, 86/2, 86/3 und 86/4 in das Gesetz vom 3. Juli 1978 eingefügt worden seien und dass diese Artikel sich in Abweichung von Artikel 82 § 3 auf die Kündigungsfristen für Angestellte bezögen, bei denen die Ausführung des Arbeitsvertrags ab dem 1. Januar 2012 begonnen habe.

De Rechtbank merkt voorts op dat de voormelde wet van 12 april 2011, in werking getreden op 1 januari 2012, de artikelen 86/1, 86/2, 86/3 en 86/4 heeft ingevoegd in de wet van 3 juli 1978 en dat die artikelen, in afwijking van artikel 82, § 3, de opzeggingstermijnen beogen voor de bedienden van wie de uitvoering van de arbeidsovereenkomst is ingegaan vanaf 1 januari 2012.


Das Gericht ist daher der Auffassung, dass der Arbeitgeber ein gewisses Interesse daran habe, dass die Vorabentscheidungsfrage in Bezug auf die Artikel 59 und 86/2 § 1, so wie sie während des betreffenden Zeitraums bestanden hätten, gestellt werde.

De Rechtbank is derhalve van oordeel dat de werkgever doet blijken van een zeker belang bij het stellen van de prejudiciële vraag over de artikelen 59 en 86/2, § 1, zoals die tijdens de betwiste periode bestonden.


In bezug auf den zweiten Teil dieses Klagegrundes verweist der Ministerrat auf das Urteil des Hofes Nr. 34/96 vom 15. Mai 1996, insbesondere dessen Erwägung B.3, aus der hervorgehe, dass der Hof angenommen habe, die freie Wahl der Berufstätigkeit könne bei Personalmitgliedern der Gendarmerie angesichts der diesem Korps anvertrauten besonderen Aufgaben eingeschränkt werden.

Wat betreft het tweede onderdeel van dat middel, verwijst de Ministerraad naar het arrest van het Hof nr. 34/96 van 15 mei 1996, meer bijzonder naar de considerans B.3 ervan, waaruit blijkt dat het Hof heeft aangenomen dat de vrije keuze van beroepsarbeid ten aanzien van personeelsleden van de rijkswacht kon worden beperkt, gelet op de specifieke opdrachten die aan dat korps worden toevertrouwd.


w