De verzoekende partijen voeren een schending aan van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, door artikel 8, 2°, van de wet van 4 september 2002 « tot wijziging van de faillissementswet van 8 augustus 1997, het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van vennootschappen », doordat het op discriminerende wijze inbreuk zou maken op de vrije uitoefening van het beroep van advocaat, gewaarborgd bij artikel 444 van het Gerechtelijke Wetboek.
Les parties requérantes allèguent la violation des articles 10 et 11 de la Constitution, par l'article 8, 2°, de la loi du 4 septembre 2002 « modifiant la loi du 8 août 1997 sur les faillites, le Code judiciaire et le Code des sociétés », en ce qu'il porterait atteinte de manière discriminatoire au libre exercice de la profession d'avocat, garanti par l'article 444 du Code judiciaire.