Het Gerecht was van oordeel dat de instellingen van de Unie onder dergelijke omstandigheden op goede gronden mogen concluderen dat een van de posten in de kostenadministratie niet als redelijk kan worden beschouwd en dat bijgevolg mag worden overgegaan tot de correctie ervan.
Le Tribunal a estimé que, dans de telles conditions, les institutions avaient pu conclure à bon droit que l’un des éléments des registres des requérantes ne pouvait être considéré comme raisonnable et qu’il convenait, par conséquent, de procéder à son ajustement.