3. stelt vast dat schadelijke belastingconcurrentie tussen EU-lidstaten bijdraagt tot herstructurering van ondernemingen, die vaak kostenneutraal verloopt en dat de belastinggrondslag van de lidstaten wordt uitgehold door de steeds lagere belasting op geografisch mobiele productiefactoren, hetgeen hen dwingt tot een verschuiving van de belastingdruk naar minder mobiele factoren zoals arbeid;
3. constate que la concurrence fiscale néfaste entre les États membres de l'UE contribue à la restructuration d'entreprises, qui est souvent un jeu à somme nulle, et que la taxation de plus en plus faible des facteurs de production géographiquement mobiles sape les assiettes fiscales nationales, obligeant à un transfert de la charge fiscale vers les facteurs moins mobiles comme la main-d'œuvre;