31. stelt vast dat de overeenkomst (artikel 2.18.3) een vorm van samenwerking mogelijk maakt ten gevolge van een verplichting (d.w.z. van de Partijen inbreuken daadwerkelijk aan te pakken;
31. stellt fest, dass durch das Übereinkommen (Artikel 2.18 Absatz 3) eine Form der Zusammenarbeit mandatiert wird, die sich aus der Verpflichtung der Vertragsparteien ergibt, wirksam gegen Verletzungen vorzugehen;