Chaque État Partie prend les mesures nécessaires pour encourager, conformément à son droit interne, la coopération entre, d'une part, ses autorités publiques ainsi que ses agents publics et, d'autre part, ses autorités chargées des enquêtes et des poursuites relatives à des infractions pénales.
Iedere Staat die partij is, neemt overeenkomstig zijn nationaal recht de maatregelen die noodzakelijk zijn om de samenwerking aan te moedigen tussen enerzijds zijn autoriteiten en ambtenaren en anderzijds zijn autoriteiten belast met het onderzoek naar en de vervolging van strafrechtelijke delicten.