14. weist mit Nachdruck darauf hin, dass die kontinuierliche Weigerung von Mitgliedstaaten, der „Internationalen Konvention zum Schutze der Rechte von Wanderarbeitern und ihren Familien“ beizutreten, die zu den wichtigsten internationale Menschenrechtskonventionen gehört, den Grundsatz der Unteilbarkeit der Menschenrechte untergräbt und die Glaubwürdigkeit der EU bei ihrem Engagement in Drittländern in Menschenrechtsfragen schmälert;
14. onderstreept dat de voortdurende weigering van lidstaten om toe te treden tot de Internationale Overeenkomst inzake de bescherming van de rechten van alle migrerende werknemers en hun gezinsleden, een cruciale internationale mensenrechtenovereenkomst, het grondbeginsel van de ondeelbaarheid van mensenrechten ondermijnt en afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van de Europese Unie, wanneer zij met derde landen mensenrechtenvraagstukken wenst aan te kaarten;