J. in der Erwägung, dass die Zunahme der gesetzgeberischen Zuständigkeit durch den Anstieg der Anzahl der Mitentscheidungsverfahren (heute: ordentliche Gesetzgebungsverfahren) von 165 im Zeitraum 1993–1999 auf 454 im Zeitraum 2004–2009 sowie auf eine noch größere Zahl in der laufenden Wahlperiode veranschaulicht wird;
J. overwegende dat zijn toegenomen wetgevingscapaciteit wordt geïllustreerd door de stijging van het aantal medebeslissingsprocedures (thans „gewone wetgevingsprocedures”) van 165 in de periode 1993-1999 over 454 in de periode 2004-2009 tot nog meer tijdens de huidige zittingsperiode;