5. verurteilt jeden Versuch eines Landes, ein Kernwaffenprogramm zu entwickeln oder auszubauen, und weist auf die Entscheidung des Internationalen Gerichtshofes vom 8. Juli 1996 betreffend die Rechtmäßigkeit der Androhung oder Anwendung von Gewalt mittels Atomwaffen hin, der zufolge die Bedrohung durch oder Anwendung von Atomwaffen generell im Widerspruch zu den in einem bewaffneten Konflikt verbindlichen Regeln des Völkerrechts stehen würde;
5. veroordeelt alle pogingen door welk land dan ook om nucleaire wapenprogramma's te ontwikkelen of uit te breiden en vestigt de aandacht op de uitspraak van het Internationaal Hof van Justitie van 8 juli 1996 betreffende de rechtmatigheid van het dreigen met of het gebruik van kernwapens, waarbij het Hof uiteenzette dat het dreigen met of het gebruik van kernwapens "in het algemeen in strijd zou zijn met de bepalingen van het internationaal recht die van toepassing zijn op een gewapend conflict";