Boost Your Productivity!Translate documents (Ms-Word, Ms-Excel, ...) faster and better thanks to artificial intelligence!
https://pro.wordscope.com
https://blog. wordscope .com

Traduction de «vorlegenden richter führen » (Allemand → Néerlandais) :

Der Ministerrat und der Föderale Pensionsdienst, Berufungsbeklagter vor dem vorlegenden Richter, führen an, dass die Antwort auf die Vorabentscheidungsfrage nicht zweckdienlich sei zur Lösung der Streitsache im Ausgangsverfahren, da Artikel 30 § 1 des Gesetzes vom 29. Juni 1981 nie in Kraft getreten sei.

De Ministerraad en de Federale Pensioendienst, geïntimeerde voor de verwijzende rechter, voeren aan dat het antwoord op de prejudiciële vraag niet dienstig is voor de oplossing van het bodemgeschil, aangezien artikel 30, § 1, van de wet van 29 juni 1981 nooit in werking is getreden.


Die Einspruchsbeklagten im Ausgangsverfahren führen in der Hauptsache an, dass der Gerichtshof nicht zuständig sei, über die Vorabentscheidungsfrage zu befinden, insofern deren Formulierung den vorlegenden Richter dazu bringe, seine Gerichtsbarkeit zu übertragen oder vorzeitig über die Zulässigkeit der Berufung zu urteilen.

De verwerende partijen op verzet in het geschil ten gronde voeren in hoofdorde aan dat het Hof niet bevoegd is om kennis te nemen van de prejudiciële vraag in zoverre de formulering ervan de verwijzende rechter ertoe zou brengen zijn rechtsmacht over te dragen of voortijdig uitspraak te doen over de ontvankelijkheid van het hoger beroep.


Die klagenden Parteien vor dem vorlegenden Richter führen an, die Vorabentscheidungsfrage sei nicht gegenstandslos geworden, insofern die Verwaltung immer noch nicht die in Artikel 300 des EStGB 1992 vorgesehene Sicherungsmaßnahme aufgehoben habe.

De eisende partijen voor de verwijzende rechter doen gelden dat de prejudiciële vraag niet zonder voorwerp is geworden in zoverre de administratie de opheffing van de in artikel 300 van het WIB 1992 bedoelde bewarende maatregel nog steeds niet heeft verleend.


Die Feststellung, dass die Bedingungen der Wiederholung erfüllt sind, führe nach Darlegung des vorlegenden Richters in diesen Rechtssachen zur sofortigen Anwendung der fraglichen Bestimmung, insofern sie den Richter verpflichte, die Wiedererlangung der Erlaubnis zum Führen eines Motorfahrzeugs vom Bestehen einer theoretischen und praktischen Prüfung und einer ärztlichen und psychologischen Untersuchung abhängig zu machen, wenn eine Strafe der Entziehung der Fahrerlaubnis gegen einen im Wiederholungsfall Angeklagten verhängt werde.

De vaststelling dat aan de voorwaarden van herhaling is voldaan noopt volgens de verwijzende rechter tot de onmiddellijke toepassing, in die zaken, van de in het geding zijnde bepaling, in zoverre zij de rechter ertoe verplicht het herstel in het recht tot het besturen van een motorvoertuig afhankelijk te maken van het slagen voor een theoretisch en een praktisch examen en voor een geneeskundig en een psychologisch onderzoek, wanneer een verval wordt uitgesproken ten aanzien van een recidiverende beklaagde.


Nach Darlegung der vorlegenden Richter könne angesichts des vorerwähnten Entscheids kein Zweifel daran bestehen, dass eine Klage wie diejenige, die durch die Parteien in den Streitsachen in den Ausgangsverfahren eingereicht worden sei, grundsätzlich zu einer Feststellung der Haftung des Staates aufgrund von Artikel 1382 des Zivilgesetzbuches für einen durch den Kassationshof in der Ausübung seiner Rechtsprechungsfunktion begangenen Fehler führen könne.

Volgens de verwijzende rechters kan er, gelet op het voormelde arrest, geen twijfel over bestaan dat een vordering zoals die welke door de partijen in de geschillen ten gronde werd ingesteld, in beginsel zou kunnen leiden tot een vaststelling van de aansprakelijkheid van de Staat op grond van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek voor een fout begaan door het Hof van Cassatie in de uitoefening van zijn rechtsprekende functie.


In beiden Rechtssachen möchten die vorlegenden Richter vom Gerichtshof erfahren, ob die Artikel 568, 602, 608, 1050 und 1073 des Gerichtsgesetzbuches vereinbar seien mit den Artikeln 10 und 11 der Verfassung, gegebenenfalls in Verbindung mit den Artikeln 6 und 13 der Europäischen Menschenrechtskonvention und mit Artikel 14 Absatz 1 des Internationalen Paktes über bürgerliche und politische Rechte, insofern eine Verfahrenspartei, die dem belgischen Staat einen qualifizierten Fehler wegen einer gerichtlichen Entscheidung des Kassationshofes vorwerfe, das Verfahren in einem Rechtsweg ...[+++]

In beide zaken wensen de verwijzende rechters van het Hof te vernemen of de artikelen 568, 602, 608, 1050 en 1073 van het Gerechtelijk Wetboek bestaanbaar zijn met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 6 en 13 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met artikel 14, lid 1, van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, in zoverre een procespartij die een gekwalificeerde fout verwijt aan de Belgische Staat wegens een rechterlijke beslissing van het Hof van Cassatie, het geding moet voeren in een rechtsgang waarin het orgaan dat de beweerde fout be ...[+++]


Die Angeklagten vor dem vorlegenden Richter führen an, dass somit das Wesentliche der Unterstrafestellung abgeändert worden sei, was im Widerspruch zum Legalitätsprinzip in Strafsachen im Sinne der Artikel 12 und 14 der Verfassung stehe (zweite und vierte Vorabentscheidungsfrage).

De beklaagden voor de verwijzende rechter betogen dat aldus de essentie van de strafbaarstelling is gewijzigd, in strijd met het wettigheidsbeginsel in strafzaken vervat in de artikelen 12 en 14 van de Grondwet (tweede en vierde prejudiciële vraag).


Die Regierung der Französischen Gemeinschaft und die klagende Partei vor dem vorlegenden Richter führen ferner an, der bemängelte Behandlungsunterschied ergebe sich nicht aus der fraglichen Bestimmung, sondern zum einem aus der Entscheidung der Stadt Limbourg, Sozialvorteile für die Unterrichtsanstalt zu gewähren, deren Organisationsträger sie sei, zum anderen aus der Verschiedenartigkeit des bestehenden Unterrichtsangebots auf dem Gebiet jeder einzelnen Gemeinde, oder aus der Regelung, die den Gemeinden vorschreibe, « einen Primarschulunterricht einzurichten und zu unterhalten ».

De Franse Gemeenschapsregering en de eisende partij voor de verwijzende rechter voeren voorts aan dat het aangeklaagde verschil in behandeling zijn oorsprong niet zou vinden in de in het geding zijnde bepaling, maar hetzij in de beslissing van de stad Limburg om sociale voordelen toe te kennen aan de onderwijsinstelling waarvan zij de inrichtende macht is, hetzij in de verscheidenheid van het bestaande onderwijsaanbod op het grondgebied van elke gemeente, hetzij in de reglementering die de gemeenten ertoe verplicht « een lager onderwijs op te richten en te onderhouden ».


Der Ministerrat und die Klägerin vor dem vorlegenden Richter führen an, dass die Antwort auf die präjudizielle Frage nicht sachdienlich sei zur Lösung des Hauptverfahrens, da Artikel 30 § 1 des Gesetzes vom 29. Juni 1981 nie in Kraft getreten sei, so dass im Fall einer bejahenden Antwort des Hofes auf die gestellte Frage die gemeinrechtliche Verjährungsfrist nach Artikel 2262bis des Zivilgesetzbuches Anwendung finde.

De Ministerraad en de eiseres voor de verwijzende rechter voeren aan dat het antwoord op de prejudiciële vraag niet dienstig is voor de oplossing van het bodemgeschil, aangezien artikel 30, § 1, van de wet van 29 juni 1981 nooit in werking is getreden, zodat, in geval van een bevestigend antwoord van het Hof op de gestelde vraag, de gemeenrechtelijke verjaringstermijn bepaald in artikel 2262bis van het Burgerlijk Wetboek van toepassing zou zijn.


In der Auslegung durch den vorlegenden Richter führen die fraglichen Bestimmungen einen Behandlungsunterschied ein zwischen der NGBE als autonomes öffentliches Unternehmen, das für seine Leistungen des öffentlichen Dienstes aus dem Anwendungsbereich der Artikel 1 Nr. 6 Buchstabe b) und 31 § 2 Nr. 2 des Gesetzes über die Handelspraktiken ausgeschlossen werde, und den anderen Wirtschaftsteilnehmern.

Zoals de in het geding zijnde bepalingen door de verwijzende rechter worden geïnterpreteerd, roepen zij een verschil in behandeling in het leven tussen de N.M.B.S., een autonoom overheidsbedrijf, die, wat betreft haar openbare dienstverlening, zou worden uitgesloten van de toepassingssfeer van de artikelen 1.6.b) en 31, § 2, 2°, van de wet op de handelspraktijken, en de andere economische actoren.


w