D
ezelfde verordenende kracht wordt toegekend aan de gemeentelijke bouwverordening waarvan, in geval van toepassing van de zogeheten decentralisatieprocedure,
krachtens artikel 59, § 2, van het Wetboek, enkel kan worden afgeweken op gemotiveerd voorstel van het college van burgemeester en schepenen en op gunstig advies van de Regering of van haar gemachtig
de ambtenaar waarin wordt aangegeven in hoeverre de stedenbouwkundige en bouwkundige voorschriften niet in het gedrang komen; die laatste afwijkende procedure on
...[+++]ttrekt de mogelijke afwijking aan de exclusieve beoordeling van de gemeentelijke overheid.