4. fordert, daß die Rechte von Frauen und Mädchen in der künftigen Charta der Grundrechte der Europäischen Union nicht als "besondere” Rechte, sondern als integraler Bestandteil der universellen Menschenrechte angesehen werden, um das in Artikel 2 des EG-Vertrags verankerte Ziel zu erreichen;
4. wenst dat de rechten van vrouwen en meisjes in het toekomstige Handvest van de fundamentele rechten van de Europese Unie niet als "speciale” rechten worden beschouwd, maar als een integraal onderdeel van de universele mensenrechten teneinde de in artikel 2 van het Verdrag neergelegde doelstelling te verwezenlijken;