Bei wiederholten Versäumnissen des Unternehmens gilt jedoch eine Vermutung juris tantum und obliegt es dann dem Unternehmensleiter, den Beweis zu erbringen, dass er keinen Fehler begangen hat » (ebenda, S. 6).
Evenwel, in het geval van een herhaaldelijk verzuim van de vennootschap, wordt een vermoeden juris tantum ingevoerd en is het aan de bestuurder om te bewijzen dat hij geen fout heeft gemaakt » (ibid., p. 6).