(3a) Die obligatorische Anerkennung des Verlustes des passiven Wahlrechts durch den Wohnsitzmitgliedstaat stellt eine zusätzliche Bedingung für die Ausübung dieses Wahlrechts dar, die weder durch den Buchstaben noch den Geist von Artikel 19 Absatz 2 des EG-Vertrags gedeckt ist.
(3 bis) De verplichte erkenning door de lidstaat van verblijf van een eventueel verlies van het passief kiesrecht is een bijkomende voorwaarde voor de uitoefening van dat recht, die in artikel 19, lid 2 van het EG-Verdrag niet wordt genoemd en er ook niet uit kan worden afgeleid.