Aus den Formulierungen der präjudiziellen Fragen und aus dem Sachverhalt der Rechtssachen geht hervor, dass der Hof gebeten wird zu beurteilen, ob gegen die Artikel 10 und 11 der Verfassung, sowohl alleine als auch in Verbindung mit Artikel 6 der Europäischen Menschenrechtskonvention, durch Absatz 2 von Artikel 171 des Programmgesetzes vom 22. Dezember 1989 verstossen wird oder nicht, so wie dieser Artikel durch Artikel 112 des Gesetzes vom 20. Juli 1991 über soziale und verschiedene Bestimmungen ersetzt wurde und vom 11. August 1991 bis zum 30. April 1997 in Kraft war.
Uit de bewoordingen van de prejudiciële vragen en uit de gegevens van de zaken blijkt dat aan het Hof wordt gevraagd te beoordelen of de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, op zich dan wel gelezen in samenhang met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, al dan niet worden geschonden door het tweede lid van artikel 171 van de programmawet van 22 december 1989, zoals dat artikel werd vervangen door artikel 112 van de wet van 20 juli 1991 houdende sociale en diverse bepalingen en van kracht was van 11 augustus 1991 tot 30 april 1997.