Aus der Begründung der Verweisungsentscheidung sowie aus der Formulierung der präjudiziellen Frage geht hervor, dass sich die Frage auf die Vereinbarkeit von Artikel 376 § 2 des Einkommensteuergesetzbuches 1992, ersetzt durch Artikel 33 des Gesetzes vom 15. März 1999 über steuerrechtliche Streitsachen, mit den Artikeln 10, 11 und 172 Absatz 1 der Verfassung bezieht.
Uit de motieven van de verwijzingsbeslissing en de formulering van de prejudiciële vraag blijkt dat die vraag betrekking heeft op de bestaanbaarheid, met de artikelen 10, 11 en 172, eerste lid, van de Grondwet, van artikel 376, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals vervangen bij artikel 33 van de wet van 15 maart 1999 betreffende de beslechting van fiscale geschillen.