Boost Your Productivity!Translate documents (Ms-Word, Ms-Excel, ...) faster and better thanks to artificial intelligence!
https://pro.wordscope.com
https://blog. wordscope .com
Nicht erfassbares Material
Nicht nachgewiesene Ausgabe
Nicht nachgewiesenes Material

Vertaling van "nicht nachgewiesen werde " (Duits → Nederlands) :

TERMINOLOGIE
nicht erfassbares Material | nicht nachgewiesenes Material

onboekbaar materiaal






nicht nachgewiesenes Material

niet-verantwoord materiaal | onboekbaar materiaal
IN-CONTEXT TRANSLATIONS
In seinem Schriftsatz stellt der Ministerrat die Zulässigkeit der Klage der ersten und der dritten klagenden Partei in der Rechtssache Nr. 5465 in Abrede, da nicht nachgewiesen werde, dass der Klageerhebungsbeschluss ordnungsmäßig durch ihren Verwaltungsrat gefasst worden sei.

In zijn memorie betwist de Ministerraad de ontvankelijkheid van het beroep van de eerste en de derde verzoekende partij in de zaak nr. 5465, omdat niet zou zijn aangetoond dat de beslissing om in rechte op te treden, op regelmatige wijze is genomen door hun raad van bestuur.


Nach Auffassung des Klägers verstoße die angefochtene Bestimmung gegen die vorerwähnten Artikel, indem darin festgelegt sei, dass in den angeführten Fällen immer eine Körperdurchsuchung stattfinden müsse, auch wenn die Notwendigkeit dazu nicht nachgewiesen werde.

Volgens de verzoeker schendt de bestreden bepaling de voormelde artikelen doordat zij bepaalt dat er, in de beoogde gevallen, altijd een fouillering op het lichaam moet plaatsvinden, ook wanneer de noodzaak daarvan niet is aangetoond.


Die vorlegenden Richter möchten vom Gerichtshof erfahren, ob Artikel 57 des EStGB 1992 gegen die Artikel 10 und 11 der Verfassung (Rechtssache Nr. 6212) beziehungsweise dieselben Artikel in Verbindung mit den Artikeln 170 und 172 der Verfassung (Rechtssache Nr. 6257) verstoße, indem die Abzugsfähigkeit als Werbungskosten nicht erlaubt werde, wenn die in dieser Bestimmung erwähnten Ausgaben, die durch einen der Steuer der natürlichen Personen unterliegenden Steuerpflichtigen getätigt würden, nicht auf die vorgeschriebene Weise nachgewiesen würden (durch Indiv ...[+++]

De verwijzende rechters wensen van het Hof te vernemen of artikel 57 van het WIB 1992 de artikelen 10 en 11 van de Grondwet (zaak nr. 6212), dan wel dezelfde artikelen in samenhang gelezen met de artikelen 170 en 172 van de Grondwet (zaak nr. 6257), schendt doordat zij de aftrekbaarheid als beroepskosten niet toestaat wanneer de in die bepaling bedoelde uitgaven, gedaan door een belastingplichtige in de personenbelasting, niet op de voorgeschreven wijze worden verantwoord (door individuele fiches en een samenvattende opgave die tijdig ...[+++]


Die klagenden Parteien in der Rechtssache Nr. 4191 führen gegen diese Bestimmungen an, dass dadurch gegen die Artikel 10, 11, 22 und 191 der Verfassung, gegebenenfalls in Verbindung mit den Artikeln 8, 12 und 14 der Europäischen Menschenrechtskonvention und mit Artikel 23 des Internationalen Paktes über bürgerliche und politische Rechte verstossen werde, zumindest gegen Artikel 8 der Europäischen Menschenrechtskonvention, da nicht nachgewiesen werde, dass die Einschränkung einer zwingenden sozialen Notwendigkeit entspreche, und ebenfalls nicht, dass sie im Verhältnis zur Zielsetzung stehe.

De verzoekende partijen in de zaak nr. 4191 voeren tegen die bepalingen aan dat daardoor de artikelen 10, 11, 22 en 191 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 8, 12 en 14 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met artikel 23 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, worden geschonden, minstens artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens wordt geschonden, doordat niet is aangetoond dat de beperking beantwoordt aan een dwingende sociale nood ...[+++]


For more results, go to https://pro.wordscope.com to translate your documents with Wordscope Pro!
Daher konnte das Gericht in Randnummer 39 des angefochtenen Urteils, ohne die in den Randnummern 21 und 22 des angefochtenen Urteils zusammengefassten Beweismittel zu verfälschen, zu dem Ergebnis kommen, dass mit diesen die Unterscheidungskraft der fraglichen Marken im Sinne von Artikel 7 Absatz 1 Buchstabe b der Verordnung Nr. 40/94 nicht nachgewiesen werde, sondern lediglich belegt werden könne, dass diese Marken möglicherweise nach Artikel 7 Absatz 3 der Verordnung Nr. 40/94 infolge ihrer Benutzung Unterscheidungskraft erlangt haben.

Zonder daarmee blijk te geven van een onjuiste opvatting van de bewijselementen kon het Gerecht in deze omstandigheden in punt 39 van het bestreden arrest oordelen dat uit de in de punten 21 en 22 daarvan samengevatte bewijselementen niet bleek dat de aangevraagde merken onderscheidend vermogen in de zin van artikel 7, lid 1, sub b, van verordening nr. 40/94 hadden en dat zij enkel konden strekken tot het bewijs dat deze merken onderscheidend vermogen konden krijgen door het gebruik dat ervan zou worden gemaakt in de zin van artikel 7 ...[+++]


Daher konnte das Gericht in Randnummer 39 des angefochtenen Urteils, ohne die in den Randnummern 21 und 22 des angefochtenen Urteils zusammengefassten Beweismittel zu verfälschen, zu dem Ergebnis kommen, dass mit diesen die Unterscheidungskraft der fraglichen Marken im Sinne von Artikel 7 Absatz 1 Buchstabe b der Verordnung Nr. 40/94 nicht nachgewiesen werde, sondern lediglich belegt werden könne, dass diese Marken möglicherweise nach Artikel 7 Absatz 3 der Verordnung Nr. 40/94 infolge ihrer Benutzung Unterscheidungskraft erlangt haben.

Zonder daarmee blijk te geven van een onjuiste opvatting van de bewijselementen kon het Gerecht in deze omstandigheden in punt 39 van het bestreden arrest oordelen dat uit de in de punten 21 en 22 daarvan samengevatte bewijselementen niet bleek dat de aangevraagde merken onderscheidend vermogen in de zin van artikel 7, lid 1, sub b, van verordening nr. 40/94 hadden en dat zij enkel konden strekken tot het bewijs dat deze merken onderscheidend vermogen konden krijgen door het gebruik dat ervan zou worden gemaakt in de zin van artikel 7 ...[+++]


114 Was den vom Generalsekretär angeführten Artikel 4 Absatz 3 der Verordnung Nr. 1049/2001 betreffe, so habe das Parlament nicht nachgewiesen, inwiefern die Verbreitung der genannten Dokumente den Entscheidungsprozess, die Vertraulichkeit, das Berufs- oder das Geschäftsgeheimnis ernstlich beeinträchtigt hätte, wie dies von der genannten Vorschrift gefordert werde.

114 Met betrekking tot artikel 4, lid 3, van verordening nr. 1049/2001, waar de secretaris-generaal zich op beroept, merkt verzoeker op dat het Parlement niet heeft aangetoond op welke wijze de openbaarmaking van genoemde documenten het besluitvormingsproces ernstig zou hebben ondermijnd of de vertrouwelijkheid, het beroepsgeheim of zakengeheimen zou hebben aangetast, zoals deze bepaling eist.


114 Was den vom Generalsekretär angeführten Artikel 4 Absatz 3 der Verordnung Nr. 1049/2001 betreffe, so habe das Parlament nicht nachgewiesen, inwiefern die Verbreitung der genannten Dokumente den Entscheidungsprozess, die Vertraulichkeit, das Berufs- oder das Geschäftsgeheimnis ernstlich beeinträchtigt hätte, wie dies von der genannten Vorschrift gefordert werde.

114 Met betrekking tot artikel 4, lid 3, van verordening nr. 1049/2001, waar de secretaris-generaal zich op beroept, merkt verzoeker op dat het Parlement niet heeft aangetoond op welke wijze de openbaarmaking van genoemde documenten het besluitvormingsproces ernstig zou hebben ondermijnd of de vertrouwelijkheid, het beroepsgeheim of zakengeheimen zou hebben aangetast, zoals deze bepaling eist.


Es sei deutlich, dass der Dekretgeber über andere Möglichkeiten verfügt habe, um die Einhaltung von Artikel 78 § 1 der koordinierten Mediendekrete zu gewährleisten, so dass die Notwendigkeit des angefochtenen gesetzgeberischen Handelns nicht nachgewiesen werde.

Het is duidelijk dat de decreetgever over andere mogelijkheden beschikte om de naleving van artikel 78, § 1, van de gecoördineerde mediadecreten te waarborgen, zodat de noodzaak van het bestreden wetgevend optreden niet wordt aangetoond.


In den Rechtssachen mit Geschäftsverzeichnisnummern 1321 und 1332 führt der Ministerrat das Fehlen einer Rechtspersönlichkeit der klagenden Partei an, da nicht nachgewiesen werde, dass die durch das Gesetz vom 27. Juni 1921 vorgeschriebenen Formalitäten eingehalten worden seien.

In de zaken met rolnummers 1321 en 1332 voert de Ministerraad de ontstentenis van rechtspersoonlijkheid van de verzoekende partij aan, om reden dat niet zou worden aangetoond dat de door de wet van 27 juni 1921 voorgeschreven formaliteiten in acht zijn genomen.




datacenter (6): www.wordscope.be (v4.0.br)

'nicht nachgewiesen werde' ->

Date index: 2024-10-28
w