3. beklemtoont dat de mededinging tussen ondernemingen een cent
raal element van de sociale markteconomie is; dat deze mededinging echter a
lleen dan positieve gevolgen kan hebben wanneer zij niet door monopolies, onderlinge afspraken of ongepaste staatssteun wordt vervalst; onderschrijft dan ook het mededingingsbeleid van de Europese Unie; is evenwel van mening dat, met het oog op de komende Intergouvernementele Conferentie, democratische controle vi
...[+++]a de medebeslissingsprocedure noodzakelijk is wanneer algemene regels voor het mededingingsbeleid worden opgesteld;