6. is ervan overtuigd dat de nieuwe werkgelegenheidsrichtsnoeren voor de volgende drie jaar, waarover overeenstemming moet worden bereikt in de Europese Raad van juni, als st
abiele basis zullen dienen voor een efficiëntere strategie en onderschrijft de in de Europese Raad van maart gesignaleerde problemen; meent dat de
richtsnoeren in het verleden teveel gedetailleerd waren en in aantal beperkt
dienen te blijven en resultaatgericht, en de lidstaten in staat te stellen pass
ende maatr ...[+++]egelen te nemen, rekening houdend met nationale tradities en praktijken;