Die Unternehmer stellen sicher, dass gehaltene Landtiere, die zur Ausfuhr in ein Drittland oder ‑gebiet bestimmt sind und im Zuge dessen durch das Hoheitsgebiet eines anderen Mitgliedstaats durchgeführt werden, die Anforderungen der Artikel 121,122, 123 und 125 erfüllen.
De exploitanten zien erop toe dat gehouden landdieren die bestemd zijn voor uitvoer naar een derde land of grondgebied en over het grondgebied van een andere lidstaat gaan, voldoen aan de voorschriften van de artikelen 121, 122, 123 en 125.