(1) In Ermangelung einer gemeinsamen Entscheidung der für die Gruppenabwicklung zuständigen Behörde und der für die Tochterunternehmen zuständigen Abwicklungsbehörden über die Mindestanforderungen an Eigenmittel und berücksichtigungsfähige Verbindlichkeiten auf konsolidierter Ebene, auf Ebene des Mutterunternehmens und jedes Tochterunternehmens innerhalb der Frist nach Artikel 45 Absätze 9 und 10 der Richtlinie 2014/59/EU übermitteln die Abwicklungsbehörden der Tochterunternehmen ihre Entscheidungen schriftlich an die für die Gruppenabwicklung zuständige Behörde, und zwar spätestens zu den folgenden Terminen:
1. Bij gebreke van een gezamenlijk besluit betreffende minimumvereisten voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva op geconsolideerd niveau, het niveau van de moederonderneming en het niveau van elke dochteronderneming tussen de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau en de afwikkelingsautoriteiten van dochterondernemingen binnen de termijn waarvan sprake in artikel 45, lid 9 of lid 10, van Richtlijn 2014/59/EU, worden alle genomen besluiten door de betrokken afwikkelingsautoriteiten van dochterondernemingen schriftelijk meegedeeld aan de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau op die van de volgende datums welke het laatst valt: