Durch seinen Entscheid Nr. 96/2011 vom 31. Mai 2011 hat der Gerichtshof darüber hinaus geurteilt, dass ein Kind selbst über diese Frist hinaus die in Bezug auf den Ehepartner seiner Mutter bestehende Vaterschaftsvermutung muss anfechten können, wenn diese Vermutung weder einer biologischen noch einer sozialaffektiven Wirklichkeit entspricht.
Bij zijn arrest nr. 96/2011 van 31 mei 2011 heeft het Hof daarnaast geoordeeld dat een kind zelfs buiten die termijn het vermoeden van vaderschap moet kunnen betwisten dat is vastgesteld ten aanzien van de echtgenoot van zijn moeder wanneer dat vermoeden niet overeenstemt met enige biologische of socioaffectieve werkelijkheid.