Insbesondere sind die Mitgliedstaaten nicht verpflichtet, Auskünfte zu erteilen, deren Preisgabe ihres Erachtens ihren wesentlichen Sicherheitsinteressen widerspricht. Ferner können sie Maßnahmen ergreifen, die „die Erzeugung von Waffen, Munition und Kriegsmaterial oder den Handel damit betreffen“ und die für die Wahrung ihrer wesentlichen Sicherheitsinteressen erforderlich sind.
De lidstaten zijn met name niet verplicht om inlichtingen te verstrekken waarvan de verbreiding naar hun mening strijdig zou zijn met de wezenlijke belangen van hun veiligheid, en zij kunnen met betrekking tot "de productie van of de handel in wapens, munitie en oorlogsmateriaal" de maatregelen nemen die zij noodzakelijk achten voor de bescherming van de wezenlijke belangen van hun veiligheid.