Boost Your Productivity!Translate documents (Ms-Word, Ms-Excel, ...) faster and better thanks to artificial intelligence!
https://pro.wordscope.com
https://blog. wordscope .com

Vertaling van "föd finanzen nicht " (Duits → Nederlands) :

TERMINOLOGIE
Nicht akademische Fachkräfte im Bereich Finanzen und mathematische Verfahren

Vakspecialisten op financieel en wiskundig gebied
IN-CONTEXT TRANSLATIONS
Im einzigen Klagegrund in der Rechtssache Nr. 6296 führt die klagende Partei, ein Beamter beim FÖD Finanzen mit einem Universitätsdiplom in Politik- und Verwaltungswissenschaften, an, dass die Artikel 2, 3 und 6 des angefochtenen Gesetzes gegen den Grundsatz der Gleichheit und Nichtdiskriminierung verstießen, weil die Studienjahre, die erforderlich gewesen seien, um die erforderlichen Kenntnisse für eine direkte Ernennung in Stufe A beim FÖD Finanzen zu erwerben, nicht mehr in der Pensionsberechnung berücksichtigt würden, während die ...[+++]

In het enige middel in de zaak nr. 6296 voert de verzoekende partij, een ambtenaar bij de FOD Financiën met een universitair diploma in de politieke en administratieve wetenschappen, aan dat de artikelen 2, 3 en 6 van de bestreden wet het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie schenden doordat de studiejaren die nodig waren om de vereiste kennis te verwerven voor een rechtstreekse benoeming in niveau A bij de FOD Financiën niet meer worden meegerekend in de pensioenberekening, terwijl de ambtenaren zonder universitair diploma die op grond van interne examens naar niveau A zijn gepromoveerd, een groter aantal gewerkte jaren in ...[+++]


- Artikel 1675/13 § 3 erster Gedankenstrich des Gerichtsgesetzbuches, abgeändert durch Artikel 10 des Gesetzes vom 12. Mai 2014 « zur Abänderung des Gesetzes vom 21. Februar 2003 zur Einrichtung eines Dienstes für Unterhaltsforderungen beim FÖD Finanzen und des Gerichtsgesetzbuches zum Zweck der effektiven Beitreibung der Unterhaltsforderungen », verstößt nicht gegen die Artikel 10 und 11 der Verfassung in Verbindung mit dem Grundsatz des berechtigten Vertrauens.

- Artikel 1675/13, § 3, eerste streepje, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 10 van de wet van 12 mei 2014 « houdende wijziging van de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek, met het oog op een effectieve invordering van onderhoudsschulden », schendt niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met het vertrouwensbeginsel.


Mit der zweiten Vorabentscheidungsfrage wird der Gerichtshof zu Artikel 1675/13 § 3 erster Gedankenstrich des Gerichtsgesetzbuches, abgeändert durch Artikel 10 des Gesetzes vom 12. Mai 2014 « zur Abänderung des Gesetzes vom 21. Februar 2003 zur Einrichtung eines Dienstes für Unterhaltsforderungen beim FÖD Finanzen und des Gerichtsgesetzbuches zum Zweck der effektiven Beitreibung der Unterhaltsforderungen » (nachstehend: Gesetz vom 12. Mai 2014), befragt, wobei in der erstgenannten Bestimmung die Wortfolge « die am Tag der Entscheidung, durch die der gerichtliche Schuldenregelungsplan erlassen wird, noch ...[+++]

Met de tweede prejudiciële vraag wordt het Hof ondervraagd over artikel 1675/13, § 3, eerste streepje, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 10 van de wet van 12 mei 2014 « houdende wijziging van de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek, met het oog op een effectieve invordering van onderhoudsschulden » (hierna : de wet van 12 mei 2014), waarbij in de eerstvermelde bepaling de woorden « die niet vervallen zijn op de dag van de uitspraak houdende vaststelling van de gerechtelijke aanzuiveringsregeling » worde ...[+++]


Moerman, E. Derycke und R. Leysen, unter Assistenz des Kanzlers P.-Y. Dutilleux, unter dem Vorsitz des Präsidenten J. Spreutels, erlässt nach Beratung folgenden Entscheid: I. Gegenstand der Vorabentscheidungsfragen und Verfahren In zwei Entscheiden vom 17. Dezember 2014 in Sachen der « Les Sittelles » AG gegen den belgischen Staat - FÖD Finanzen -, deren Ausfertigungen am 7. Januar 2015 in der Kanzlei des Gerichtshofes eingegangen sind, hat der Appellationshof Lüttich folgende Vorabentscheidungsfragen gestellt: 1. Im ersten Entscheid: « Verstößt Artikel 75 Nr. 3 des Einkommensteuergesetzbuches 1992 gegen die Bestimmungen der Artikel 1 ...[+++]

Moerman, E. Derycke en R. Leysen, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter J. Spreutels, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging Bij twee arresten van 17 december 2014 in zake de nv « Les Sittelles » tegen de Belgische Staat, FOD Financiën, waarvan de expedities ter griffie van het Hof zijn ingekomen op 7 januari 2015, heeft het Hof van Beroep te Luik de volgende prejudiciële vragen gesteld : 1. In het eerste arrest : « Schendt artikel 75, 3°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 de bepalingen van de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet, in zoverre het tot gevolg heeft dat een vennootschap die beantwoordt aan de criteria van een k ...[+++]


For more results, go to https://pro.wordscope.com to translate your documents with Wordscope Pro!
- Dahingehend ausgelegt, dass er es dem Richter nicht erlaubt, von der Anwendung des Gleichheitsgrundsatzes auf die Gläubiger abzuweichen, um einer Forderung des FÖD Finanzen eine günstigere Behandlung zuteil werden zu lassen, verstösst Artikel 1675/7 § 3 des Gerichtsgesetzbuches nicht gegen die Artikel 10, 11 und 172 der Verfassung.

- Geïnterpreteerd in die zin dat het de rechter niet toestaat af te wijken van de toepassing van het gelijkheidsbeginsel op de schuldeisers teneinde een gunstiger lot voor te behouden voor een schuldvordering van de FOD Financiën, schendt artikel 1675/7, § 3, van het Gerechtelijk Wetboek de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet niet.


Der Hof wird zur Vereinbarkeit des Gesetzes vom 22. April 1999 über die Berufe im Buchführungs- und Steuerwesen, insgesamt gesehen beziehungsweise dessen Artikel 3, 4, 5, 19, 28, 31, 38 und 39, mit den Artikeln 10 und 11 der Verfassung befragt, dahingehend ausgelegt, dass einem Beamten des Föderalen Öffentlichen Dienstes Finanzen (nachstehend: FÖD Finanzen) nicht die Eigenschaft eines Steuerberaters zuerkannt werden kann, selbst wenn er die Bedingungen von Artikel 19 dieses Gesetzes oder die durch den König aufgrund von Artikel 60 § 1 dieses Gesetzes fest ...[+++]

Het Hof wordt ondervraagd over de bestaanbaarheid met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen, in haar geheel genomen dan wel de artikelen 3, 4, 5, 19, 28, 31, 38 en 39 ervan, aldus geïnterpreteerd dat een ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Financiën (hierna : FOD Financiën) niet de hoedanigheid van belastingconsulent kan worden verleend, niettegenstaande hij voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 19 van die wet of aan de door de Koning op grond van artikel 60, § 1, van die wet bepaalde toegangsvoorwaarden.


Aus dem Gesetz vom 22. April 1999 in der Auslegung durch das vorlegende Rechtsprechungsorgan ergibt sich ein Behandlungsunterschied zwischen einerseits Beamten des FÖD Finanzen, denen nicht die Eigenschaft eines Steuerberaters zuerkannt werden kann, und andererseits Personen, die keine Beamten des FÖD Finanzen sind und denen, insofern sie die Bedingungen von Artikel 19 dieses Gesetzes oder die durch den König aufgrund von Artikel 60 § 1 dieses Gesetzes festgelegten Zugangsbedingungen erfüllen, diese Eigenschaft sehr wohl zuerkannt werden kann.

Uit de wet van 22 april 1999, zoals geïnterpreteerd door het verwijzende rechtscollege, vloeit een verschil in behandeling voort tussen, enerzijds, een ambtenaar van de FOD Financiën, aan wie niet de hoedanigheid van belastingconsulent kan worden verleend en, anderzijds, een persoon die geen ambtenaar is van de FOD Financiën, aan wie, voor zover hij voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 19 van die wet of aan de door de Koning op grond van artikel 60, § 1, van die wet bepaalde toegangsvoorwaarden, die hoedanigheid wel kan worden verleend.


« Verstösst das Gesetz vom 22. April 1999 über die Berufe im Buchführungs- und Steuerwesen gegen die Artikel 10 und 11 der Verfassung, insofern dieses Gesetz insgesamt beziehungsweise insbesondere seine Artikel 3, 4, 5, 19, 28, 31, 38 und 39 dahingehend ausgelegt werden, dass einem Beamten des FÖD Finanzen, insbesondere einem mit der Kontrolle oder der Steuerveranlagung beauftragten Beamten, nicht gleichzeitig die Eigenschaft eines Steuerberaters zuerkannt werden kann, selbst wenn er die Bedingungen nach Artikel 19 dieses Gesetzes erf ...[+++]

« Schendt de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in de mate dat deze wet in haar geheel dan wel inzonderheid de artikelen 3, 4, 5, 19, 28, 31, 38 en 39 daarvan, zo worden geïnterpreteerd dat een ambtenaar van de FOD Financiën, inzonderheid een ambtenaar belast met controle of taxatie, niet tegelijk de hoedanigheid van belastingconsulent kan worden toegekend, ook al voldoet hij aan de voorwaarden van artikel 19 van die wet, en dat dergelijke ambtenaar ook van de toepassing van de overgangsregeling van artikel 60, § 1 en § 3, van die wet wordt uitgesloten, ook al vo ...[+++]


« Verstösst das Gesetz vom 22. April 1999 über die Berufe im Buchführungs- und Steuerwesen gegen die Artikel 10 und 11 der Verfassung, insofern dieses Gesetz insgesamt beziehungsweise insbesondere seine Artikel 3, 4, 5, 19, 28, 31, 38 und 39 dahingehend ausgelegt werden, dass einem Beamten des FÖD Finanzen, insbesondere einem mit der Kontrolle oder der Steuerveranlagung beauftragten Beamten, nicht gleichzeitig die Eigenschaft eines Steuerberaters zuerkannt werden kann, selbst wenn er die Bedingungen nach Artikel 19 dieses Gesetzes erf ...[+++]

« Schendt de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in de mate dat deze wet in haar geheel dan wel inzonderheid de artikelen 3, 4, 5, 19, 28, 31, 38 en 39 daarvan, zo worden geïnterpreteerd dat een ambtenaar van de FOD Financiën, inzonderheid een ambtenaar belast met controle of taxatie, niet tegelijk de hoedanigheid van belastingconsulent kan worden toegekend, ook al voldoet hij aan de voorwaarden van artikel 19 van die wet, en dat dergelijke ambtenaar ook van de toepassing van de overgangsregeling van artikel 60, § 1 en § 3, van die wet wordt uitgesloten, ook al vo ...[+++]




Anderen hebben gezocht naar : föd finanzen nicht     


datacenter (6): www.wordscope.be (v4.0.br)

'föd finanzen nicht' ->

Date index: 2022-09-05
w