Der Vorsitzende delegiert seine Aufgaben im Falle seiner Abwesenheit oder im Falle der Erörterung eines gegen ihn gerichteten Misstrauensvotums an den stellvertretenden Vorsitzenden.
de voorzitter delegeert zijn taken aan de vicevoorzitter indien hij of zij afwezig is, of indien er een motie van wantrouwen tegen de voorzitter wordt besproken.