Boost Your Productivity!Translate documents (Ms-Word, Ms-Excel, ...) faster and better thanks to artificial intelligence!
https://pro.wordscope.com
https://blog. wordscope .com

Vertaling van "diese bestimmung vorsehe " (Duits → Nederlands) :

Der Gerichtshof wird gebeten, diese Bestimmung auf ihre Vereinbarkeit mit den Artikeln 10 und 11 der Verfassung hin zu prüfen, insofern sie vorsehe, dass die Widerspruchsfrist am Datum des Steuerbescheids einsetze, d.h. zu einem Zeitpunkt, zu dem der Steuerpflichtige den ihn betreffenden Beschluss nicht habe zur Kenntnis nehmen können.

Het Hof wordt verzocht de bestaanbaarheid van die bepaling met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet na te gaan, in zoverre zij erin voorziet dat de bezwaartermijn begint te lopen op de datum van het aanslagbiljet, dus op een ogenblik dat de belastingplichtige geen kennis kan hebben van de hem betreffende beslissing.


Befragt wird der Gerichtshof zur Vereinbarkeit von Artikel 134 des Einkommensteuergesetzbuches 1992 (nachstehend: EStGB 1992) mit den Artikeln 10 und 11 der Verfassung, dahin ausgelegt, dass der Zuschlag auf den Steuerfreibetrag für ein Kind zu Lasten auf den Ehepartner, der das höchste steuerpflichtige Einkommen habe, anzurechnen sei, auch wenn dieses Einkommen steuerfrei sei in Anwendung einer Bestimmung des internationalen Rechts, die diese Steuerbefreiung unter Progressionsvorbehalt vorsehe ...[+++]

Aan het Hof wordt een vraag gesteld over de bestaanbaarheid, met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van artikel 134 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna : WIB 1992), in die zin geïnterpreteerd dat het de aanrekening van de toeslag op de belastingvrije som voor een kind ten laste bij de echtgenoot met het hoogste belastbare inkomen oplegt, zelfs wanneer dat inkomen is vrijgesteld krachtens een internationaalrechtelijke bepaling die voorziet in de vrijstelling ervan onder progressievoorbehoud, waardoor dat fiscale voordeel aldus verloren gaat.


1. Mit der in der Rechtssache Nr. 5621 gestellten Vorabentscheidungsfrage befragt der Staatsrat den Gerichtshof zur Vereinbarkeit von Artikel 36/24 des Gesetzes vom 22. Februar 1998 « zur Festlegung des Grundlagenstatuts der Belgischen Nationalbank » mit den Artikeln 10 und 11 der Verfassung, insofern die fragliche Bestimmung es dem König ermögliche, die Staatsgarantie für die an Gesellschafter, die natürliche Personen seien, erfolgte Erstattung ihres Anteils am Kapital anerkannter Genossenschaften zu gewähren, während diese Bestimmung keine so ...[+++]

1. Met de prejudiciële vraag gesteld in de zaak nr. 5621, ondervraagt de Raad van State het Hof over de bestaanbaarheid, met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van artikel 36/24 van de wet van 22 februari 1998 « tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België » in zoverre die bepaling de Koning de mogelijkheid biedt de staatswaarborg toe te kennen voor de terugbetaling aan vennoten die natuurlijke personen zijn van hun deel in het kapitaal van erkende coöperatieve vennootschappen, terwijl die bepaling niet voorziet in een dergelijke mogelijkheid van terugbetaling aan vennoten die natuurlijke personen zijn v ...[+++]


Der vorlegende Richter fragt, ob diese Bestimmung mit dem in den Artikeln 10 und 11 der Verfassung verankerten Grundsatz der Gleichheit und Nichtdiskriminierung vereinbar sei, wenn sie dahin ausgelegt werde, dass sie nicht die Gewährung einer Verfahrensentschädigung zugunsten eines Rechtsanwaltes vorsehe, der in seiner Eigenschaft als vorläufiger Verwalter einer geschützten Person in einem Verfahren, in dem er selbst die Interessen der geschützten Person vertreten hat, obsiegt.

De verwijzende rechter vraagt of die bepaling bestaanbaar is met het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie vervat in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in de interpretatie dat zij niet voorziet in de toekenning van een rechtsplegingsvergoeding aan een advocaat in zijn hoedanigheid van voorlopig bewindvoerder van een beschermde persoon die in het gelijk wordt gesteld in een procedure waarin hij zelf de belangen van de beschermde persoon heeft verdedigd.


Der zweite Teil des zweiten Klagegrunds betrifft Artikel 23duodecies § 2 des Brüsseler Wohngesetzbuches, insofern diese Bestimmung vorsehe, dass Besichtigungen in den Wohnungen stattfinden könnten, um den Leerstand zu überprüfen, was im Widerspruch zum Recht auf Unverletzbarkeit der Wohnung stehe, das durch Artikel 15 der Verfassung in Verbindung mit den Artikeln 6 und 8 der Europäischen Menschenrechtskonvention und mit Artikel 1 des ersten Zusatzprotokolls zu dieser Konvention garantiert werde.

Het tweede onderdeel van het tweede middel heeft betrekking op artikel 23duodecies, § 2, van de Brusselse Huisvestingscode, in zoverre die bepaling erin voorziet dat een woning kan worden bezocht om na te gaan of zij leegstaat, wat strijdig zou zijn met het recht op onschendbaarheid van de woning dat is gewaarborgd bij artikel 15 van de Grondwet, in samenhang gelezen met de artikelen 6 en 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij dat Verdrag.


In der ersten präjudiziellen Frage wird der Hof gefragt, ob Artikel 9 Absatz 4 des Gesetzes vom 11. Dezember 1998 zur Schaffung eines Widerspruchsorgans in Sachen Sicherheitsermächtigungen mit den Artikeln 10 und 11 der Verfassung, gegebenenfalls in Verbindung mit deren Artikeln 22 und 23 Absatz 3 Nr. 1 oder mit den Artikeln 6, 8 und 13 der Europäischen Menschenrechtskonvention vereinbar sei, insofern diese Bestimmung vorsehe, dass gegen die Entscheidungen des Widerspruchsorgans kein Widerspruch möglich sei.

In de eerste prejudiciële vraag wordt het Hof ondervraagd over de bestaanbaarheid, met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 22 en 23, derde lid, 1°, ervan of met de artikelen 6, 8 en 13 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, van artikel 9, vierde lid, van de wet van 11 december 1998 tot oprichting van het beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen, in zoverre die bepaling erin voorziet dat tegen de beslissingen van het beroepsorgaan geen beroep mogelijk is.


Das Gericht erster Instanz Brüssel befragt den Hof nach der Vereinbarkeit von Artikel 3 § 2 der Ordonnanz der Region Brüssel-Hauptstadt vom 23. Juli 1992 bezüglich der Regionalsteuer zu Lasten der Benutzer bebauter Grundstücke und Inhaber dinglicher Rechte an bestimmten Immobilien mit den Artikel 10 und 11 der Verfassung, insofern diese Bestimmung vorsehe, dass von der Regionalsteuer der Haushaltsvorstand befreit sei, der als natürliche Person eine Berufstätigkeit als Selbständiger in der Privatwohnung ausübe, während die natürliche Person, die ihre Berufstätigkeit über eine Einmanngesellschaft in der Privatwohnung ausübe, nicht diese St ...[+++]

De Rechtbank van eerste aanleg te Brussel stelt het Hof een vraag over de bestaanbaarheid, met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van artikel 3, § 2, van de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 23 juli 1992 betreffende de gewestbelasting ten laste van bezetters van bebouwde eigendommen en houders van een zakelijk recht op sommige onroerende goederen, in zoverre die bepaling in een vrijstelling van de door het gezinshoofd verschuldigde gewestbelasting voorziet voor de natuurlijke persoon die zijn beroepsactiviteit als zelfstandige uitoefent in zijn privé-woning, terwijl de natuurlijke persoon die zijn beroepsactivi ...[+++]




datacenter (6): www.wordscope.be (v4.0.br)

'diese bestimmung vorsehe' ->

Date index: 2024-09-15
w