(1) Nach Anhörung der zuständigen Behörde und nach Anhörung der Abwicklungsbehörden der Hoheitsgebiete, in denen sich bedeutende Zweigstellen befinden — soweit dies für die bedeutende Zweigstelle von Belang ist — erstellt die Abwicklungsbehörde für jedes Institut, das nicht Teil einer Gruppe ist, die einer Beaufsichtigung auf konsolidierter Basis gemäß den Artikeln 111 und 112 der Richtlinie 2013/36/EU unterliegt, einen Abwicklungsplan.
1. Na raadpleging van de bevoegde autoriteit en na overleg met de afwikkelingsautoriteiten van de jurisdicties waar significante bijkantoren gevestigd zijn, voor zover een en ander relevant is voor het significante bijkantoor, stelt de afwikkelingsautoriteit een afwikkelingsplan op voor elke instelling die geen deel uitmaakt van een groep waarop krachtens de artikelen 111 en 112 van Richtlijn 2013/36/EU toezicht op geconsolideerde basis wordt uitgeoefend.