3. Voor de toepassing van het onderhavige artikel geldt dat, indien een landbouwer die d
e in artikel 88 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 bedoelde steun voor energiegewassen heeft aangevraagd of die percelen heeft aangegeven als braakgelegd overeenkomstig artikel 55, onder b), of artikel 107, lid 3, eerste streepje, van die verordening, de vereiste hoeveelheid van een grondstof niet levert, hij wordt geacht niet aan zijn verplichting ten aanzien van de voor energieproductie bestemde, respectievelijk braakgelegde percelen te hebben voldaan voor een op
pervlakte ...[+++]die wordt berekend door de oppervlakte grond die hij heeft beteeld en gebruikt voor de productie van die grondstof, te vermenigvuldigen met het te weinig geleverde percentage van die grondstof.