Boost Your Productivity!Translate documents (Ms-Word, Ms-Excel, ...) faster and better thanks to artificial intelligence!
https://pro.wordscope.com
https://blog. wordscope .com
.
Mütter während der Geburt betreuen
Notizen während der Proben machen
Personen die Straftaten begangen haben festnehmen
Straftäter festhalten
Straftäter festnehmen
Straftäter verhaften

Traduction de «begangen hat während » (Allemand → Néerlandais) :

TERMINOLOGIE
voir aussi les traductions en contexte ci-dessous
Abkommen über strafbare und bestimmte andere an Bord von Luftfahrzeugen begangene Handlungen

Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen


Personen die Straftaten begangen haben festnehmen | Straftäter verhaften | Straftäter festhalten | Straftäter festnehmen

in de beveiliging werken | misdadigers vasthouden | overtreders aanhouden | zorgen voor de veiligheid


von kriminellen Organisationen begangene Straftaten (OK-Straftaten)

in vereniging gepleegd delict


eine unter das allgemeine Strafrecht fallende, in Steuerverkürzungsabsicht begangene Zuwiderhandlung

misdrijf van gemeen recht dat is gepleegd met het oog op belastingontduiking


Notizen während der Proben machen

notities voor de repetitie maken


Mütter während der Geburt betreuen

tijdens bevallingen zorg bieden aan de moeder
TRADUCTIONS EN CONTEXTE
Verstößt Artikel 444 des EStGB 1992 gegen die Artikel 10, 11 und 172 der Verfassung in Verbindung mit Artikel 1 des ersten Zusatzprotokolls zur Europäischen Menschenrechtskonvention, insofern er es ermöglicht, mehr oder weniger erhebliche Zuschläge von zwei Steuerpflichtigen zu fordern, die den gleichen Verstoß begangen haben, und zwar je nach der Höhe des Betrags der von ihnen angegebenen Einkünfte, wobei dies zu einem höheren zu zahlenden Betrag führt, und somit zu einer schwereren Sanktion für den Steuerpflichtigen, der höhere Einkünfte angegeben hat, während der began ...[+++]

Schendt artikel 444 van het WIB 1992 de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, in zoverre het toelaat meer of minder aanzienlijke verhogingen te eisen van twee belastingplichtigen die dezelfde overtreding hebben begaan, en dat naar gelang van het bedrag van de door hen aangegeven inkomsten, wat leidt tot een aanzienlijker te betalen bedrag en dus tot een zwaardere sanctie voor de belastingplichtige die meer inkomsten aangeeft terwijl de begane overtreding identiek is ?


In seiner Vorlageentscheidung stellt der vorlegende Richter fest, dass aus der fraglichen Bestimmung hervorgeht, dass « der Beklagte, der wegen eines mit Zuchthausstrafe von fünfzehn bis zu zwanzig Jahren bedrohten Verbrechens, das im Zustand des Rückfalls begangen wurde und korrektionalisiert worden ist, zu einer Gefängnisstrafe von fünf Jahren verurteilt wurde, für bedingte Freilassung [...] in Betracht kommt, nachdem er zwei Drittel dieser Gefängnisstrafe verbüßt hat », während « die Person, die wegen eines solchen Verbrechens, das ...[+++]

In zijn verwijzingsbeslissing stelt de verwijzende rechter vast dat uit de in het geding zijnde bepaling voortvloeit dat « de verweerder, die is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar wegens een met opsluiting van vijftien tot twintig jaar strafbare misdaad die is gepleegd in staat van herhaling en die is gecorrectionaliseerd, voor de voorwaardelijke invrijheidstelling [...] in aanmerking komt nadat hij twee derden van die gevangenisstraf heeft ondergaan », terwijl « de persoon die door het hof van assisen tot een straf van opsluiting van vijf jaar wordt veroordeeld wegens een dergelijke misdaad die in dezelfde omstandigheden ...[+++]


« Verstößt Artikel 25 § 2 Buchstabe b) des Gesetzes vom 17. Mai 2006 über die externe Rechtsstellung der [zu einer Freiheitsstrafe] verurteilten Personen [und die dem Opfer im Rahmen der Strafvollstreckungsmodalitäten zuerkannten Rechte] in Verbindung mit den Artikeln 25, 56 Absatz 2 und 80 des Strafgesetzbuches und mit Artikel 2 des Gesetzes vom 4. Oktober 1867 über die mildernden Umstände gegen die Artikel 10 und 11 der Verfassung, indem er zur Folge hat, dass eine Person, die sich in einem Zustand des gesetzlichen Rückfalls im Sinne von Artikel 56 Absatz 2 des Strafgesetzbuches befindet und durch das Korrektionalgericht wegen eines mit Zuchthausstrafe von fünfzehn bis zu zwanzig Jahren bedrohten Verbrechens, das korrektionalisiert word ...[+++]

« Schendt artikel 25, § 2, b), van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden [tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten], in samenhang gelezen met de artikelen 25, 56, tweede lid, en 80 van het Strafwetboek en met artikel 2 van de wet van 4 oktober 1867 op de verzachtende omstandigheden, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het tot gevolg heeft dat een persoon die zich in staat van wettelijke herhaling bevindt in de zin van artikel 56, tweede lid, van het Strafwetboek en die door de correctionele rechtbank wordt veroordeeld wegens een met opsluiting van vijftien tot twintig jaar strafbare misdaad die is gecorrectiona ...[+++]


Der vorlegende Richter fragt, ob die in Rede stehende Bestimmung mit den Artikeln 10 und 11 der Verfassung vereinbar sei, insofern sie « zur Folge hat, dass eine Person, die sich in einem Zustand des gesetzlichen Rückfalls im Sinne von Artikel 56 Absatz 2 des Strafgesetzbuches befindet und durch das Korrektionalgericht wegen eines mit Zuchthausstrafe von fünfzehn bis zu zwanzig Jahren bedrohten Verbrechens, das korrektionalisiert worden ist, verurteilt wird, eine bedingte Freilassung erst dann beanspruchen kann, wenn sie zwei Drittel ihrer Strafe verbüßt hat, während eine Person, die wegen des gleichen Verbrechens, das unter den gleichen ...[+++]

De verwijzende rechter vraagt of de in het geding zijnde bepaling bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre zij « tot gevolg heeft dat een persoon die zich in staat van wettelijke herhaling bevindt in de zin van artikel 56, tweede lid, van het Strafwetboek en die door de correctionele rechtbank wordt veroordeeld wegens een met opsluiting van vijftien tot twintig jaar strafbare misdaad die is gecorrectionaliseerd, pas aanspraak kan maken op een voorwaardelijke invrijheidstelling nadat hij twee derden van zijn straf heeft ondergaan, terwijl een persoon die wegens dezelfde misdaad die in dezelfde omstandigheden is gepleegd, naar het hof van assisen ...[+++]


For more results, go to https://pro.wordscope.com to translate your documents with Wordscope Pro!
Artikel 25 § 2 Buchstabe b) des Gesetzes vom 17. Mai 2006 « über die externe Rechtsstellung der zu einer Freiheitsstrafe verurteilten Personen und die dem Opfer im Rahmen der Strafvollstreckungsmodalitäten zuerkannten Rechte » in Verbindung mit den Artikeln 25, 56 Absatz 2 und 80 des Strafgesetzbuches und mit Artikel 2 des Gesetzes vom 4. Oktober 1867 über die mildernden Umstände verstößt gegen die Artikel 10 und 11 der Verfassung, indem er zur Folge hat, dass eine Person, die sich in einem Zustand des gesetzlichen Rückfalls im Sinne von Artikel 56 Absatz 2 des Strafgesetzbuches befindet und durch das Korrektionalgericht wegen eines mit Zuchthausstrafe von fünfzehn bis zu zwanzig Jahren bedrohten Verbrechens, das korrektionalisiert worden ...[+++]

Artikel 25, § 2, b), van de wet van 17 mei 2006 « betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten », in samenhang gelezen met de artikelen 25, 56, tweede lid, en 80 van het Strafwetboek en met artikel 2 van de wet van 4 oktober 1867 op de verzachtende omstandigheden, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het tot gevolg heeft dat een persoon die zich in staat van wettelijke herhaling bevindt in de zin van artikel 56, tweede lid, van het Strafwetboek en die door de correctionele rechtbank wordt veroordeeld wegens een met opsluiting van vijftien tot twintig jaar strafbare misdaad die is gecorrectiona ...[+++]


Folglich ist Artikel 1382 des Zivilgesetzbuches nicht mit den Artikeln 10 und 11 der Verfassung vereinbar, ausgelegt in dem Sinne, dass er es nicht erlaubt, solange die angefochtene gerichtliche Entscheidung nicht zurückgezogen, widerrufen, abgeändert oder für nichtig erklärt wurde, den Staat haftbar zu machen für einen Fehler, der durch ein letztinstanzliches Gericht in der Ausübung seiner Rechtsprechungsfunktion begangen wurde, wenn dieses Gericht einen hinreichend qualifizierten Verstoß gegen geltende Rechtsregeln begangen hat, während dieser Fehler es an ...[+++]

Daaruit volgt dat artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek niet bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in de interpretatie volgens welke het, zolang de in het geding zijnde rechterlijke beslissing niet is ingetrokken, herroepen, gewijzigd of vernietigd, het niet mogelijk maakt de Staat aansprakelijk te stellen wegens een fout begaan in de uitoefening van haar rechtsprekende functie door een rechterlijke instantie die in laatste aanleg uitspraak heeft gedaan, wanneer die rechterlijke instantie de toepasselijke rechtsregels op voldoende gek ...[+++]


« Verstösst Artikel 306 des Zivilgesetzbuches, in der Auslegung durch den Kassationshof in seinen [.] Urteilen vom 4. Januar 1980 und vom 23. April 1982, gegen die Artikel 10 und 11 der Verfassung, indem er zu einer Diskriminierung des Ehegatten führt, der nach der Ehescheidung den Unterhalt beantragt, je nachdem, ob dieser Ehegatte Beklagter ist in einer aufgrund der Artikel 229 oder 231 des Zivilgesetzbuches erhobenen Ehescheidungsklage, oder ob er Beklagter ist in einer aufgrund von Artikel 232 des Zivilgesetzbuches erhobenen Ehescheidungsklage, angesichts der Tatsache, dass ihm in der ersten Situation der Unterhalt nicht zuerkannt wird, wenn nachgewiesen wird, dass er Ehebruch, Gewalttätigkeiten, Misshandlungen oder schwere Ehrenk ...[+++]

« Schendt artikel 306 van het Burgerlijk Wetboek, zoals geïnterpreteerd door het Hof van Cassatie in zijn [.] arresten van 4 januari 1980 en 23 april 1982, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat het aanleiding geeft tot discriminatie van de echtgenoot die na echtscheiding een onderhoudsuitkering vordert, naargelang die echtgenoot verweerder is in een echtscheidingsgeding ingesteld op grond van de artikelen 229 of 231 van het Burgerlijk Wetboek, of verweerder is in een echtscheidingsgeding ingesteld op grond van artikel 232 van het Burgerlijk Wetboek, door het feit dat in de eerste situatie hem de uitkering niet zal worden toegekend indien wordt aangetoond dat hij overspel, gewelddaden, mishandeling of grove beledigingen heeft gepleeg ...[+++]


« Verstösst Artikel 306 des Zivilgesetzbuches, in der Auslegung durch den Kassationshof in seinen [.] Urteilen vom 4. Januar 1980 und vom 23. April 1982, gegen die Artikel 10 und 11 der Verfassung, indem er zu einer Diskriminierung des Ehegatten führt, der nach der Ehescheidung den Unterhalt beantragt, je nachdem, ob dieser Ehegatte Beklagter ist in einer aufgrund der Artikel 229 oder 231 des Zivilgesetzbuches erhobenen Ehescheidungsklage, oder ob er Beklagter ist in einer aufgrund von Artikel 232 des Zivilgesetzbuches erhobenen Ehescheidungsklage, angesichts der Tatsache, dass ihm in der ersten Situation der Unterhalt nicht zuerkannt wird, wenn nachgewiesen wird, dass er Ehebruch, Gewalttätigkeiten, Misshandlungen oder schwere Ehrenk ...[+++]

« Schendt artikel 306 van het Burgerlijk Wetboek, zoals geïnterpreteerd door het Hof van Cassatie in zijn [.] arresten van 4 januari 1980 en 23 april 1982, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat het aanleiding geeft tot discriminatie van de echtgenoot die na echtscheiding een onderhoudsuitkering vordert, naargelang die echtgenoot verweerder is in een echtscheidingsgeding ingesteld op grond van de artikelen 229 of 231 van het Burgerlijk Wetboek, of verweerder is in een echtscheidingsgeding ingesteld op grond van artikel 232 van het Burgerlijk Wetboek, door het feit dat in de eerste situatie hem de uitkering niet zal worden toegekend indien wordt aangetoond dat hij overspel, gewelddaden, mishandeling of grove beledigingen heeft gepleeg ...[+++]


« Verstösst Artikel 5 Absatz 2 des Strafgesetzbuches, in der durch das Gesetz vom 4. Mai 1999 zur Einführung der strafrechtlichen Verantwortlichkeit von juristischen Personen wieder aufgenommenen Fassung, gegen die Artikel 10 und 11 der Verfassung, indem die Person, die von einer juristischen Person des privaten Rechts beschäftigt wird und die eine nicht vorsätzliche Straftat begangen hat, eventuell nicht verurteilt werden kann, wenn sie im Vergleich zu ihrem Arbeitgeber einen weniger ernsthaften Fehler begangen hat, während die Person, die von ...[+++]

« Schendt artikel 5, tweede lid, van het Strafwetboek, zoals hersteld bij de wet van 4 mei 1999 tot invoering van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat de persoon die is tewerkgesteld door een privaatrechtelijke rechtspersoon en die een onopzettelijk misdrijf heeft gepleegd, eventueel niet kan worden veroordeeld indien hij een minder ernstige fout heeft begaan dan zijn werkgever, terwijl de persoon die is tewerkgesteld door een publiekrechtelijke rechtspersoon en die hetzelfde misdrijf heeft gepleegd, noodzakelijkerwijze zal moeten worden veroordeeld, waarbij de cumulat ...[+++]


« Verstösst Artikel 5 Absatz 2 des Strafgesetzbuches, in der durch das Gesetz vom 4. Mai 1999 zur Einführung der strafrechtlichen Verantwortlichkeit von juristischen Personen wieder aufgenommenen Fassung, gegen die Artikel 10 und 11 der Verfassung, indem die Person, die von einer juristischen Person des privaten Rechts beschäftigt wird und die eine nicht vorsätzliche Straftat begangen hat, eventuell nicht verurteilt werden kann, wenn sie im Vergleich zu ihrem Arbeitgeber einen weniger ernsthaften Fehler begangen hat, während die Person, die von ...[+++]

« Schendt artikel 5, tweede lid, van het Strafwetboek, zoals hersteld bij de wet van 4 mei 1999 tot invoering van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat de persoon die is tewerkgesteld door een privaatrechtelijke rechtspersoon en die een onopzettelijk misdrijf heeft gepleegd, eventueel niet kan worden veroordeeld indien hij een minder ernstige fout heeft begaan dan zijn werkgever, terwijl de persoon die is tewerkgesteld door een publiekrechtelijke rechtspersoon en die hetzelfde misdrijf heeft gepleegd, noodzakelijkerwijze zal moeten worden veroordeeld, waarbij de cumulat ...[+++]




datacenter (6): www.wordscope.be (v4.0.br)

'begangen hat während' ->

Date index: 2025-11-21
w