13. bekräftigt, dass der Kampf gegen die Gewalt als Verletzung der Menschenrechte auf der Ebene der Europäischen Union eine geeignetere Rechtsgrundlage als Artikel 152 des EG-Vertrags über die öffentliche Gesundheit erfordert; ersucht unter Berücksichtigung von Artikel 6 des EU-Vertrags und der Charta der Grundrechte die Mitglieder des Europäischen Konvents, eine spezifische Rechtsgrundlage zur Bekämpfung der geschlechtsbezogenen Gewalt in die Verträge aufzunehmen;
13. herhaalt nogmaals dat de bestrijding van geweld als een schending van de rechten van de mens in de Europese Unie een passender rechtsgrondslag vergt dan artikel 152 van het EG-Verdrag dat betrekking heeft op de volksgezondheid; verzoekt de leden van de Europese Conventie, rekening houdend met artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Handvest van de grondrechten, voor te stellen om in de Verdragen een specifieke rechtsgrondslag voor de bestrijding van aan sekse gekoppeld geweld op te nemen;