(1) Die Mitgliedstaaten bezeichnen einen Anlandeort oder küstennahen Ort (bezeichnete Häfen), an dem gemäß Absatz 2 Fisch angelandet oder umgeladen werden darf.
1. De lidstaten wijzen een voor aanlandingen te gebruiken plaats of een plaats dicht bij de kust aan (aangewezen havens) waar aanlandingen of overladingen van vis zoals bedoeld in lid 2 zijn toegestaan.