(2) Die Zulassung zu einer der mit dieser Verordnung eingeführten Präferenzregelungen ist daran gebunden, daß die Waren einer nach dem Verfahren von Artikel 249 der Verordnung (EWG) Nr. 2913/92 getroffenen Bestimmung des Begriffs Ursprungserzeugnisse entsprechen.
2. De toekenning van de in deze verordening vastgestelde preferentiële regelingen is afhankelijk gesteld van de naleving van de bepalingen betreffende de oorsprong die zijn vastgesteld overeenkomstig de procedure van artikel 249 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad.