Boost Your Productivity!Translate documents (Ms-Word, Ms-Excel, ...) faster and better thanks to artificial intelligence!
https://pro.wordscope.com
https://blog. wordscope .com

Vertaling van "29 juni 1964 einzulegen " (Duits → Nederlands) :

Artikel 4 § 2 des Gesetzes vom 29. Juni 1964 über die Aussetzung, den Aufschub und die Bewährung (nachstehend: Gesetz vom 29. Juni 1964) bestimmt: « Der Prokurator des Königs und der Beschuldigte können gegen den Beschluss der Ratskammer, durch den die Aussetzung ausgesprochen wird, Einspruch erheben, und zwar aus dem Grund, dass die Bedingungen für die Gewährung der Aussetzung nicht erfüllt sind.

Artikel 4, § 2, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie (hierna : de wet van 29 juni 1964) bepaalt : « De procureur des Konings en de verdachte kunnen tegen de beschikking van de raadkamer waarbij de opschorting wordt uitgesproken, verzet doen om reden dat aan de voorwaarden tot verlening van de opschorting niet voldaan is.


Die Aussetzung der Verkündung einer Verurteilung ist gemäß Artikel 1 § 1 des Gesetzes vom 29. Juni 1964 ein Mittel, einem Straftäter eine Probezeit zu gewähren.

De opschorting van de uitspraak van een veroordeling is, volgens artikel 1, § 1, van de wet van 29 juni 1964, een middel om een delinquent een proeftijd toe te staan.


Der Verfassungsgerichtshof, zusammengesetzt aus den Präsidenten J. Spreutels und E. De Groot, und den Richtern A. Alen, T. MerckxVan Goey, P. Nihoul, T. Giet und R. Leysen, unter Assistenz des Kanzlers F. Meersschaut, unter dem Vorsitz des Präsidenten J. Spreutels, erlässt nach Beratung folgenden Entscheid: I. Gegenstand der Vorabentscheidungsfrage und Verfahren In seinem Entscheid vom 18. März 2015 in Sachen A.M. gegen V. V. V., dessen Ausfertigung am 26. März 2015 in der Kanzlei des Gerichtshofes eingegangen ist, hat der Kassationshof folgende Vorabentscheidungsfrage gestellt: « Verstößt Artikel 4 § 2 des Gesetzes ...[+++]

Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en E. De Groot, en de rechters A. Alen, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet en R. Leysen, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter J. Spreutels, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging Bij arrest van 18 maart 2015 in zake A.M. tegen V. V. V., waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 26 maart 2015, heeft het Hof van Cassatie de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schendt artikel 4, § 2, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de ...[+++]


Auszug aus dem Entscheid Nr. 27/2016 vom 18. Februar 2016 Geschäftsverzeichnisnummer 6176 In Sachen: Vorabentscheidungsfrage in Bezug auf Artikel 4 § 2 des Gesetzes vom 29. Juni 1964 über die Aussetzung, den Aufschub und die Bewährung, gestellt vom Kassationshof.

Uittreksel uit arrest nr. 27/2016 van 18 februari 2016 Rolnummer : 6176 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 4, § 2, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, gesteld door het Hof van Cassatie.


Diese Entscheidung, mit der der Richter die zur Last gelegten Taten für erwiesen erklärt, ohne jedoch eine Verurteilung zu verkünden, wird mit Zustimmung des Beschuldigten angeordnet und beendet die Verfolgungen, wenn sie nicht widerrufen wird (Artikel 3 Absätze 1 und 5 des Gesetzes vom 29. Juni 1964).

Die beslissing, waarbij de rechter de ten laste gelegde feiten bewezen verklaart, zonder dat een veroordeling wordt uitgesproken, wordt gelast met instemming van de verdachte en maakt een einde aan de vervolging indien zij niet wordt herroepen (artikel 3, eerste en vijfde lid, van de wet van 29 juni 1964).


Der Hof wird gebeten, über den Behandlungsunterschied zu befinden, den die vorerwähnten Bestimmungen zwischen den Personen einführten, die zu einer Arbeitsstrafe (in Verbindung mit einer Eratzstrafe) verurteilt worden seien, deren vollständige oder teilweise Nichtvollstreckung Gegenstand eines Berichts der Bewährungskommission im Hinblick auf die Anwendung der Ersatzstrafe sei, und den Personen, die in den Genuss einer Massnahme der Aussetzung der Verkündung der Verurteilung oder des Aufschubs der Vollstreckung der Strafe in Verbindung mit einer ausgesetzten Bewährungsmassnahme, die durch eine Entscheidung der Bewährungskommission präzisiert oder angepasst worden sei, gelangten; während die Letztgenannten die Möglichkeit hätten, bei dem Ge ...[+++]

Het Hof wordt verzocht zich uit te spreken over het verschil in behandeling dat door de voormelde bepalingen wordt gemaakt tussen de personen die werden veroordeeld tot een werkstraf (gekoppeld aan een vervangende straf) waarvan de gehele of gedeeltelijke niet-uitvoering het voorwerp uitmaakt van een verslag van de probatiecommissie met het oog op de toepassing van de vervangende straf, en de personen die een maatregel genieten tot opschorting van de uitspraak van de veroordeling of uitstel van de tenuitvoerlegging van de straf, die samengaat met een probatiemaatregel die wordt opgeschort, nader omschreven of aangepast bij een beslissing van de probatiecommissie : terwijl de laatstgenoemden de mogelijkheid hebben om voor de rechtbank van ee ...[+++]


« Verstösst Artikel 4 § 2 des Gesetzes vom 29. Juni 1964 über die Aussetzung, den Aufschub und die Bewährung gegen die Artikel 10 und 11 der Verfassung, insofern der Beschuldigte nur über eine Frist von 24 Stunden verfügt, um gegen einen Aussetzungsbeschluss der Ratskammer Berufung einzulegen, was die Gerichtskosten angeht, während man gemäss Artikel 6 desselben Gesetzes über eine Frist von 15 Tagen verfügt, um Berufung einzulegen, insofern es um die Regelung der zivilrechtlichen Interessen geht, zumal die Verurte ...[+++]

« Schendt artikel 4, § 2, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre de inverdenkinggestelde slechts over een termijn van 24 uren beschikt om tegen een beschikking van de raadkamer waarbij een opschorting wordt gelast, hoger beroep aan te tekenen voor wat de gerechtskosten betreft, terwijl men overeenkomstig artikel 6 van diezelfde wet 15 dagen heeft om beroep aan te tekenen voor zover het de regeling van de burgerlijke belangen betreft, te meer daar de veroordeling tot de gerechtskosten een burgerlijk karakter vertoont ?


« Verstösst Artikel 37quinquies § 4 des Strafgesetzbuches (Gesetz vom 17. April 2002), dahingehend ausgelegt, dass er einem zu einer Arbeitsstrafe Verurteilten nicht die Möglichkeit bietet, Beschwerde einzulegen gegen den Bericht der Bewährungskommission, in dem die Anwendung der Ersatzstrafe beschlossen wurde, während ein unter Bewährung gestellter Verurteilter wohl Beschwerde einlegen kann gegen die Entscheidungen der Kommission im Rahmen der Vollstreckung seiner Verurteilung (Artikel 12 § 2 des Gesetzes vom 29. Juni 1964), ge ...[+++]gen die Artikel 10 und 11 der Verfassung?

« Schendt artikel 37quinquies, § 4, van het Strafwetboek (wet van 17 april 2002), geïnterpreteerd in die zin dat het de persoon die veroordeeld werd tot een werkstraf niet de mogelijkheid biedt tot beroep tegen het verslag van de probatiecommissie dat besluit tot de toepassing van de vervangende straf, terwijl de op probatie gestelde veroordeelde wel beroep kan instellen tegen de beslissingen van de commissie in het kader van de tenuitvoerlegging van zijn veroordeling (artikel 12, § 2, van de wet van 29 juni 1964), de artikelen 10 en 11 van de Grondwet ?


Der Hof wird befragt, ob Artikel 4 § 2 Absatz 2 und Artikel 6 Absatz 4 des Gesetzes vom 29. Juni 1964 und Artikel 203 § 1 des Strafprozessgesetzbuches mit den Artikeln 10 und 11 der Verfassung vereinbar seien, insofern sie unterschieden zwischen dem Prokurator des Königs, der nur über vierundzwanzig Stunden verfüge, um die in Artikel 4 § 2 Absatz 2 des Gesetzes vom 29. Juni 1964 vorgesehene Berufung einzulegen, und der Zivilpartei, die über fünfzehn Tage verfüge, um die in Artikel 6 Absatz 4 d ...[+++]

Het Hof wordt ondervraagd over de bestaanbaarheid van artikel 4, § 2, tweede lid, en artikel 6, vierde lid, van de wet van 29 juni 1964 en van artikel 203, § 1, van het Wetboek van Strafvordering met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre zij een onderscheid maken tussen de procureur des Konings, die slechts beschikt over een termijn van vierentwintig uur om het in artikel 4, § 2, tweede lid, van de wet van 29 juni 1964 bedoelde hoger beroep in te stellen, en de burgerlijke partij, die beschikt over een termijn van vijftien dagen om het in artikel 6, vierde lid, van dezelfde wet bedoel ...[+++]


« Verstösst Artikel 4 § 2 des Gesetzes vom 29. Juni 1964 über die Aussetzung, den Aufschub und die Bewährung gegen die Artikel 10 und 11 der Verfassung, insofern der Beschuldigte nur über eine Frist von 24 Stunden verfügt, um gegen einen Aussetzungsbeschluss der Ratskammer Berufung einzulegen, was die Gerichtskosten angeht, während man gemäss Artikel 6 desselben Gesetzes über eine Frist von 15 Tagen verfügt, um Berufung einzulegen, insofern es um die Regelung der zivilrechtlichen Interessen geht, zumal die Verurte ...[+++]

« Schendt artikel 4, § 2, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre de inverdenkinggestelde slechts over een termijn van 24 uren beschikt om tegen een beschikking van de raadkamer waarbij een opschorting wordt gelast, hoger beroep aan te tekenen voor wat de gerechtskosten betreft, terwijl men overeenkomstig artikel 6 van diezelfde wet 15 dagen heeft om beroep aan te tekenen voor zover het de regeling van de burgerlijke belangen betreft, te meer daar de veroordeling tot de gerechtskosten een burgerlijk karakter vertoont ?




datacenter (6): www.wordscope.be (v4.0.br)

'29 juni 1964 einzulegen' ->

Date index: 2025-08-25
w