De wetgever heeft geoordeeld dat, in dat geval, « een vernietiging met terugwerkende kracht van alle contractuele verbintenissen [.] een onevenredige zware sanctie [zou] zijn geweest » (Parl. St., Kamer, 2009-2010, DOC 52-2276/001, p. 38).
Le législateur a considéré que dans ce cas, « une annulation rétroactive de toutes les obligations contractuelles aurait été une sanction disproportionnée » (Doc. parl., Chambre, 2009-2010, DOC 52-2276/001, p. 38).