In deze context kunnen we denken aan de aanmaak van weefsels voor transplantatie bij patiënten met een kwaadaardige ziekte en bij patiënten met een niet-maligne, maar uiteindelijk fatale ziekte: mucoviscidose, Huntington, Parkinson, multiple sclerose, hart- en herseninfarct.
Dans ce contexte, on peut songer à fabriquer des tissus afin de les transplanter à des patients atteints d'une affection maligne ou souffrant d'une maladie incurable comme la mucoviscidose, la sclérose en plaques ou l'infarctus du myocarde.