De genademaatregelen bedoeld in artikel 110 van de Grondwet of de maatregelen inzake voorwaardelijke invrijheidstelling vastgesteld bij de wet van 31 mei 1888 en bij het koninklijk besluit van 17 januari 1921 kunnen ten aanzien van personen die door het Tribunaal zijn veroordeeld en naar België zijn overgebracht, slechts worden genomen indien het Tribunaal daarmee instemt.
Toute mesure de grâce prévue par l'article 110 de la Constitution ou de libération conditionnelle prévue par la loi du 31 mai 1888 et l'arrêté-royal du 17 janvier 1921 ne pourront être prises à l'encontre de personnes condamnées par le Tribunal et transférées en Belgique que de l'avis conforme de celui-ci.