We herinneren eraan dat de artikelen 402 van het WIB 1992 en 30bis, § 3, van de wet van 27 juni 1969, vóór hun herziening bij programmawet van 27 april 2007, bepaalden dat de opdrachtgever die, voor de werken bedoeld in artikel 400 van het WIB 1992 en in artikel 30bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969, een beroep deed op een niet-geregistreerd aannemer op het ogenblik van de gunning van de opdracht, hoofdelijk aansprakelijk was voor de betaling van de sociale en fiscale schulden van zijn medecontractant (1).
Pour rappel, avant leur réforme par la loi-programme du 27 avril 2007, les articles 402 du C. I. R. 1992 et 30bis, § 3, de la loi du 27 juin 1969 prévoyaient que le commettant - c'est-à-dire le maître d'ouvrage - qui, pour des travaux visés à l'article 400 du C. I. R. 1992 et à l'article 30bis, § 1, de la loi du 27 juin 1969, faisait appel à un entrepreneur non enregistré au moment de la conclusion du contrat était solidairement responsable du paiement des dettes sociales et fiscales de son cocontractant (1).