3. benadrukt dat de betrokkenheid van ondernemingen bij MVO-activiteiten altijd een vrijwillig karakter dient te hebben en dat hierbij altijd rekening moet worden gehouden met de huidige stand van de ontwikkeling van de markt in alle lidstaten alsook met hun ondernemingscultuur, naleving van het beginsel van sociaal partnerschap en politieke aspecten; benadrukt tevens dat MVO-activiteiten nooit een substituut kunnen zijn voor activiteiten van de publieke sector wanneer zulke maatregelen eigenlijk wenselijk zijn, en onafhankelijk moeten zijn van de geldende regelgevingskaders voor spelers in de publieke sector;
3. souligne que la participation d'entreprises à des activités de RSE devrait toujours être volontaire et tenir compte de l'état de développement réel du marché dans chaque État membre, de sa culture économique, de la manière dont il respecte le principe de partenariat social ainsi que les aspects d'ordre politique; souligne également que ces activités ne peuvent pas se substituer aux activités du secteur public là où de telles mesures sont dûment justifiées, et qu'elles doivent être indépendantes des cadres réglementaires s'appliquant aux acteurs du secteur public;