In het kader van de automatische erkenning kan het Directoraat-generaal, in geval van gegronde twijfel, van de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat ook een bevestiging verlangen van het feit dat de migrant heeft voldaan aan de minimum opleidingseisen die door de Minister worden vastgelegd overeenkomstig de bepalingen van de richtlijn.
Dans le cadre de la reconnaissance automatique, la Direction générale peut, en cas de doute justifié, exiger également des autorités compétentes d'un autre Etat membre une confirmation du fait que le migrant a rempli les conditions minimales de formation fixées par le Ministre, conformément aux dispositions de la directive.