Het medium voor elke well wordt in twee gelijke hoeveelheden gesplitst (ongeveer 490 μl elk) en in twee afzonderlijke en goed gelabelde flacons overgebracht (dat wil zeggen een aliquot om voor elke well een reservemonster te hebben).
On divise le milieu de chaque puits en deux parties égales (environ 490 μl chacune) et on les transfère dans deux fioles distinctes convenablement étiquetées (c'est-à-dire qu'une aliquote fournit un échantillon de réserve pour chaque puits).