De Raad verklaart nogmaals ervan overtuigd te zijn dat nieuwe onderhandelingen over de federale relatie verenigbaar moeten zijn met de interne stabiliteit van de FRJ en met de regionale stabiliteit van Zuidoost-Europa.
Il réaffirme sa conviction que toute renégociation des relations au sein de la Fédération doit respecter la stabilité intérieure de la RFY et la stabilité régionale de l'Europe du sud-est.