2. constate avec regret que, vingt ans après la fin du conflit et la mise en place d'un accord-cadre général exposant les principaux aspects du processus de retour à la paix et ébauchant les futurs contours du pays, les gouvernements successifs ont échoué à faire progresser suffisamment le programme de réforme et à construire un État fonctionnel et autonome;
2. merkt tot zijn spijt op dat de opeenvolgende regeringen in de twintig jaar na de beëindiging van het conflict en na de vaststelling van een algemeen kaderakkoord waarin zowel de belangrijkste aspecten van de vredesregeling zijn uiteengezet als de manier waarop het land in de toekomst moet worden vormgegeven, onvoldoende vorderingen hebben gemaakt met de hervormingsagenda en er niet in zijn geslaagd een volledig functionerende en levensvatbare staat op te bouwen;