Boost Your Productivity!Translate documents (Ms-Word, Ms-Excel, ...) faster and better thanks to artificial intelligence!
https://pro.wordscope.com
https://blog. wordscope .com

Traduction de «l'inculpé contre l'ordonnance » (Français → Néerlandais) :

La situation particulière du ministère public justifie raisonnablement que, si l'instruction se termine par une ordonnance de renvoi qui ne met pas fin à l'action pénale dont il a la charge, alors qu'il réclamait le non-lieu, le ministère public puisse, dans l'exercice de la mission légale qui est la sienne, faire valoir en degré d'appel notamment l'existence de charges qu'il estime néanmoins suffisantes pour faire renvoyer l'inculpé devant la juridiction de jugement, tandis que l'inculpé ne dispose pas de la même voie d ...[+++]

De specifieke situatie van het openbaar ministerie biedt een redelijke verantwoording voor het feit dat, wanneer het onderzoek eindigt met een beschikking van verwijzing die geen einde maakt aan de strafvordering waarmee het openbaar ministerie is belast, terwijl het openbaar ministerie een buitenvervolging vorderde, dit laatste bij de uitoefening van zijn wettelijke opdracht in hoger beroep onder meer het bestaan kan doen gelden van bezwaren die het toch voldoende acht om de inverdenkinggestelde naar het vonnisgerecht te laten verwijzen, terwijl de inverdenkinggestelde niet over hetzelfde rechtsmiddel beschikt tegen een verwijzingsbesch ...[+++]


La partie requérante dans l'affaire n° 6498 fait valoir que les articles 109, 110 et 115, attaqués, de la loi du 5 février 2016 violent les articles 10, 11 et 12 de la Constitution, combinés ou non avec les articles 6 et 13 de la Convention européenne des droits de l'homme, en ce que « le ministère public et la partie civile [...] peuvent former un pourvoi en cassation immédiat contre toute ordonnance de non-lieu, même lorsque cette ordonnance est fondée sur l'irrégularité de l'instruction, alors que, à l'inverse, l' ...[+++]

De verzoekende partij in de zaak nr. 6498 voert aan dat de bestreden artikelen 109, 110 en 115 van de wet van 5 februari 2016 een schending inhouden van de artikelen 10, 11 en 12 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 6 en 13 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, doordat « het openbaar ministerie en de burgerlijke partij [...] een onmiddellijk cassatieberoep [kunnen] instellen tegen elke beschikking tot buitenvervolgingstelling, ook wanneer die gegrond is op de onregelmatigheid van het gerechtelijk onderzoek terwijl, omgekeerd, de inverdenkinggestelde niet onmiddellijk cassatieberoep kan aantek ...[+++]


Les questions sont posées dans le cadre de l'appel de l'inculpé contre l'ordonnance de la chambre du conseil qui le renvoie devant le tribunal correctionnel.

De vragen worden gesteld in het kader van het hoger beroep van de inverdenkinggestelde tegen de beschikking van de raadkamer die hem naar de correctionele rechtbank verwijst.


La Cour constitutionnelle, composée des présidents J. Spreutels et E. De Groot, et des juges A. Alen, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet et R. Leysen, assistée du greffier F. Meersschaut, présidée par le président J. Spreutels, après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : I. Objet de la question préjudicielle et procédure Par arrêt du 18 mars 2015 en cause de A.M. contre V. V. V., dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 26 mars 2015, la Cour de cassation a posé la question préjudicielle suivante : « L'article 4, § 2, de la loi du 29 juin 1964 concernant la suspension, le sursis et la probation, viole-t-il les arti ...[+++]

Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en E. De Groot, en de rechters A. Alen, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet en R. Leysen, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter J. Spreutels, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging Bij arrest van 18 maart 2015 in zake A.M. tegen V. V. V., waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 26 maart 2015, heeft het Hof van Cassatie de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schendt artikel 4, § 2, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre het het beroep van de verdachte tegen ...[+++]


Il renvoie, à cet égard, à l'arrêt nº 22/95 de la Cour d'arbitrage du 2 mars 1995, selon lequel les articles 135 et suivants du Code d'instruction criminelle violent les articles 10 et 11 de la Constitution, parce que la possibilité de recours accordée à l'inculpé contre une ordonnance de renvoi est limitée aux seuls déclinatoires de compétence, alors que le ministère public et la partie civile peuvent produire en appel tous les moyens contre une ordonnance de non-lieu de la chambre du conseil.

In dat verband verwijst hij naar het arrest nr. 22/95 van het Arbitragehof van 2 maart 1995 volgens hetwelk artikel 135 van het Wetboek van Strafvordering, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt doordat het beroep dat aan de verdachte wordt geboden tegen een verwijzingsbeschikking beperkt wordt tot de excepties van onbevoegdheid alleen, terwijl het openbaar ministerie en de burgerlijke partij alle middelen in hoger beroep kunnen aanvoeren tegen een beschikking van buitenvervolgingstelling van de raadkamer.


Il renvoie, à cet égard, à l'arrêt nº 22/95 de la Cour d'arbitrage du 2 mars 1995, selon lequel les articles 135 et suivants du Code d'instruction criminelle violent les articles 10 et 11 de la Constitution, parce que la possibilité de recours accordée à l'inculpé contre une ordonnance de renvoi est limitée aux seuls déclinatoires de compétence, alors que le ministère public et la partie civile peuvent produire en appel tous les moyens contre une ordonnance de non-lieu de la chambre du conseil.

In dat verband verwijst hij naar het arrest nr. 22/95 van het Arbitragehof van 2 maart 1995 volgens hetwelk artikel 135 van het Wetboek van Strafvordering, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt doordat het beroep dat aan de verdachte wordt geboden tegen een verwijzingsbeschikking beperkt wordt tot de excepties van onbevoegdheid alleen, terwijl het openbaar ministerie en de burgerlijke partij alle middelen in hoger beroep kunnen aanvoeren tegen een beschikking van buitenvervolgingstelling van de raadkamer.


L'article 212, alinéa 1, dispose qu'il n'y a pas lieu à poursuivre s'il n'existe « aucune charge contre l'inculpé », alors que l'article 210, alinéa 2, 8 tiret, dispose qu'une ordonnance de non-lieu est rendue « s'il n'y a pas de charge suffisante » et que l'article 212, alinéa 2, mentionne lui aussi une « ordonnance de non-lieu, en raison de l'insuffisance des charges ».

Artikel 212, eerste lid, bepaalt dat er geen reden tot vervolging is indien « tegen de inverdenkinggestelde generlei bezwaar (lees : « tenlastelegging » ?) bestaat », terwijl artikel 210, tweede lid, achtste streepje, bepaalt dat een beschikking tot buitenvervolgingstelling wordt gewezen « indien er geen voldoende bezwaren voorhanden zijn » en in artikel 212, tweede lid, ook gewag wordt gemaakt van een « beschikking tot buitenvervolgingstelling, wegens ontoereikende bezwaren ».


Si l'ordonnance du juge d'instruction est prise alors que la chambre des mises en accusation est saisie de l'appel du procureur du Roi ou de l'inculpé contre une ordonnance de la chambre du conseil rendue en application des articles 262 ou 263, elle ne sera suivie d'effet qu'en l'absence d'opposition du procureur du Roi dans les vingt-quatre heures de sa communication à ce dernier.

Indien de beschikking van de onderzoeksrechter wordt genomen terwijl voor de kamer van inbeschuldigingstelling hoger beroep van de procureur des Konings of van de inverdenkinggestelde aanhangig is tegen een beschikking door de raadkamer gegeven met toepassing van artikel 262 of artikel 263, dan heeft zij alleen gevolg wanneer de procureur des Konings geen verzet doet binnen vierentwintig uren nadat hij er mededeling van heeft gekregen.


Un membre de la commission a suggéré de prévoir une hypothèse supplémentaire au § 1, 3º, d) l'appel de l'inculpé formé contre l'ordonnance de la chambre du conseil qui ordonne son internement en application de la loi de défense sociale du 1 juillet 1964.

Een lid van de commissie heeft voorgesteld een bijkomende bepaling in te voegen in paragraaf 1, 3º, d) : het beroep van de inverdenkinggestelde tegen de beschikking van de raadkamer die op grond van de wet van 1 juli 1964 op het sociaal verweer zijn internering beveelt.


B. considérant que le Président Umar al-Bachir fait l'objet d'un mandat d'arrêt international émis le 4 mars 2009 par la CPI pour crimes contre l'humanité (meurtre, extermination, déportation, torture et viol) et crimes de guerre (planification d'attaques contre des civils et pillages), ainsi que d'une ordonnance du 12 juillet 2010 l'inculpant pour «génocide par meurtre, génocide par atteinte grave à l'intégrité physique ou psychologique des victimes, ...[+++]

B. overwegende dat het Internationaal strafrechthof op 4 maart 2009 een internationaal aanhoudingsbevel tegen president al-Bashir uitgevaardigd heeft wegens misdaden tegen de menselijkheid (moord, volkerenmoord, deportatie, foltering en verkrachting) en oorlogsmisdaden (planmatige aanvallen op de burgerbevolking en plundering), en dat er tegen president al-Bashir ook een bevelschrift van 12 juli 2010 loopt, dat hem in beschuldiging stelt wegens „genocide door moord, genocide door ernstige aantasting van de fysieke of psychische integriteit van de slachtoffers, en genocide door opzettelijke blootstelling van elk van de groepen slachtoffe ...[+++]




datacenter (12): www.wordscope.be (v4.0.br)

l'inculpé contre l'ordonnance ->

Date index: 2021-09-02
w