§ 1. Wird die Kündigung vom Arbeitgeber ausgesprochen, wird die Kündigungsfrist in Abweichung von Artikel 59 Absatz 2, 3 und 5 wie folgt festgelegt: - achtundzwanzig Tage für die
Arbeiter mit einem Dienstalter im Unternehmen von weniger als sechs Monaten, - vierzig Tage für die
Arbeiter mit einem Dienstalter im Unternehmen von sechs Monaten bis unter fünf Jahren, - achtundvierzig Tage für die
Arbeiter mit einem Dienstalter ...[+++] im Unternehmen von fünf Jahren bis unter zehn Jahren, - vierundsechzig Tage für die
Arbeiter mit einem Dienstalter im Unternehmen von zehn Jahren bis unter fünfzehn Jahren, - siebenundneunzig Tage für die
Arbeiter mit einem Dienstalter im Unternehmen von fünfzehn Jahren bis unter zwanzig Jahren, - hundertneunundzwanzig Tage für die
Arbeiter mit einem Dienstalter im Unternehmen von zwanzig Jahren oder mehr.
§ 1. Wanneer de opzegging uitgaat van de werkgever wordt in afwijking van artikel 59, tweede, derde en vijfde lid, de opzeggingstermijn vastgesteld op : - achtentwintig dagen voor w
erklieden met een anciënniteit in de onderneming van minder dan zes maanden; - veertig dagen voor w
erklieden met een anciënniteit in de onderneming van zes maanden tot minder dan vijf jaar; - achtenveertig dagen voor w
erklieden met een anciënniteit in de onderneming v ...[+++]an vijf jaar tot minder dan tien jaar; - vierenzestig dagen voor werklieden met een anciënniteit in de onderneming van tien jaar tot minder dan vijftien jaar; - zevenennegentig dagen voor werklieden met een anciënniteit in de onderneming van vijftien jaar tot minder dan twintig jaar; - honderd negenentwintig dagen voor werklieden met een anciënniteit in de onderneming van twintig jaar of meer.