Ein Institut kann in sein Korrelationshandelsportfolio Positionen aufnehmen, die weder Verbriefungspositionen noch N-ter-Ausfall-Kreditderivate sind, jedoch andere Positionen dieses Portfolios absichern, sofern für das Instrument oder die ihm zugrunde liegenden Forderungen ein aus Käufer- und Verkäufersicht hinreichend liquider Markt im Sinne von Nummer 14a Buchstabe b besteht.“
Een instelling mag in de correlation trading-portefeuille posities opnemen die geen securitisatieposities of kredietderivaten voor het n-de kredietverzuim zijn maar die andere posities in de portefeuille dekken, mits er voor de instrumenten of de onderliggende ervan een liquide vraag- en aanbodmarkt bestaat zoals bedoeld in punt 14bis, onder b)".