Entsprechend den Laubbäumen sind von jedem Baum mehrere Zweige (fünf Zweige, so klein wie möglich, aber mindestens mit Nadeln des laufenden Jahres (J) und Nadeln des Vorjahres (J + 1)) aus dem der Sonne ausgesetzten Teil des oberen Kronenanteils zu schneiden.
Net als in het geval van de bladbemonsteringsprocedure worden van elke boom vijf takken (zo klein mogelijk, maar ten minste voorzien van naalden van het lopende jaar („C”-naalden) en van het daaraan voorafgaande jaar („C + 1”-naalden)) afgesneden uit een aan de zon blootgesteld deel van de bovenkant van de kroon.