2. die Arbeit der Mitgliedstaaten unterstützen, damit junge Menschen am Ende ihrer Grund(aus)bildung über für den Eintritt in das Erwachsenenleben ausreichende Schlüsselkompetenzen verfügen und damit Erwachsene diese Kompetenzen ein Leben lang ausbauen bzw. auf den neuesten Stand bringen können;
(2) de lidstaten helpen bij hun inspanningen om ervoor te zorgen dat jongeren aan het einde van het initieel onderwijs en de initiële opleiding hun kerncompetenties op een zodanig peil hebben gebracht dat zij toegerust zijn voor het leven als volwassene, en dat volwassenen in staat zijn deze competenties hun leven lang verder te ontwikkelen en actueel te houden;